Ga verder naar de inhoud

KC20/22-0049

Non fondée KC - Mechelen Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT

Wat betreft de uitlating die als bedreigend werd gekwalificeerd heeft de getuige bevestigd dat klager had gezegd ‘ik ga voor u bellen’. Over de door klager gewraakte houding van de PBA verklaart zij dat deze de cel is binnengegaan toen klager op de deur aan het kloppen was en dat hij en klager vervolgens ‘neus aan neus’ stonden.
De klachtencommissie acht niet onmogelijk dat de discussie dreigde uit de hand te lopen doordat de PBA zich iets te doortastend opstelde. Het is echter voldoende bewezen dat de aanleiding hiervoor erin bestond dat klager, door te kloppen op de deur en het winket en door te roepen, stoornis heeft veroorzaakt en dit terwijl men volop bezig was met de organisatie van de douchebeurt.
Het verwekken van lawaaihinder vormt een inbreuk op artikel 106, §1 van de Basiswet, en op de gelijkluidende bepaling in het huishoudelijk reglement van de gevangenis dat de gedetineerde er zorg voor moet dragen dat hij door zijn gedrag de orde niet in het gedrang brengt.
De klacht is ongegrond.