KC20/22-0046
Fondée
KC - Mechelen
Commission des plaintes
Disciplinaire
Fouille à corps
TUCHT - FOUILLE LICHAAM - MOTIVERING
De klachtencommissie stelt vast dat een bijzondere tuchtsanctie werd opgelegd, namelijk individuele wandeling.
Artikel 133 van de Basiswet vereist evenwel voor zulke sanctie het bestaan van een verband met de aard of de omstandigheden van de tuchtrechtelijke inbreuk.
Tussen het vinden van een verdachte substantie in de cel en de wandeling bestaat geenszins noodzakelijk een verband. De directie haalt ook niet aan dat de aangetroffen drugs in het bezit van betrokkene (of zijn celgenoot) zouden zijn gekomen op de wandeling.
De klachtencommissie acht bovendien niet bewezen dat betrokkene op de hoogte was van de aanwezigheid van de bewuste substantie. Het RAD vermeldt dat de substantie werd gevonden onder de matras van het bovenste bed, maar laat na te verduidelijken wie van beide celgenoten die matras in gebruik had. De klacht tegen de tuchtbeslissing is gegrond.
Wat de beslissing tot naaktfouille betreft stelt de klachtencommissie vast dat die als motivering opgeeft ‘vermoeden gsm na tip’. Daarmee is niet duidelijk of die tip enkel, zoals klager beweert, ging over de celgenoot. Echter is er niet gemotiveerd waarom voor het vinden van een gsm of i-phone een fouille aan de kledij niet zou volstaan (artikel 108§2 van de Basiswet), desgevallend met metaaldetector. De klacht tegen de beslissing tot het opleggen van een naaktfouille is gegrond.
De klachtencommissie stelt vast dat een bijzondere tuchtsanctie werd opgelegd, namelijk individuele wandeling.
Artikel 133 van de Basiswet vereist evenwel voor zulke sanctie het bestaan van een verband met de aard of de omstandigheden van de tuchtrechtelijke inbreuk.
Tussen het vinden van een verdachte substantie in de cel en de wandeling bestaat geenszins noodzakelijk een verband. De directie haalt ook niet aan dat de aangetroffen drugs in het bezit van betrokkene (of zijn celgenoot) zouden zijn gekomen op de wandeling.
De klachtencommissie acht bovendien niet bewezen dat betrokkene op de hoogte was van de aanwezigheid van de bewuste substantie. Het RAD vermeldt dat de substantie werd gevonden onder de matras van het bovenste bed, maar laat na te verduidelijken wie van beide celgenoten die matras in gebruik had. De klacht tegen de tuchtbeslissing is gegrond.
Wat de beslissing tot naaktfouille betreft stelt de klachtencommissie vast dat die als motivering opgeeft ‘vermoeden gsm na tip’. Daarmee is niet duidelijk of die tip enkel, zoals klager beweert, ging over de celgenoot. Echter is er niet gemotiveerd waarom voor het vinden van een gsm of i-phone een fouille aan de kledij niet zou volstaan (artikel 108§2 van de Basiswet), desgevallend met metaaldetector. De klacht tegen de beslissing tot het opleggen van een naaktfouille is gegrond.