KC20/22-0019
Non fondée
KC - Mechelen
Commission des plaintes
Mesure provisoire
VOORLOPIGE MAATREGEL
Krachtens artikel 110 §1 van de Basiswet kan de directeur, wanneer er ernstige aanwijzingen bestaan van een gevaar voor de orde of de veiligheid, ten aanzien van een gedetineerde bijzondere veiligheidsmaatregelen bevelen waaronder de uitsluiting van deelname aan bepaalde gemeenschappelijke of individuele activiteiten en het verplicht verblijf in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte (artikel 112 §1 2° en 4°).
Aan de in artikel 110 § 1 bepaalde voorwaarde is in casu voldaan nu het niet toegelaten bezit van een i-phone de gedetineerde in staat stelt om niet controleerbare communicatie te onderhouden met een bepaalde buitenwereld. Men denke aan de leveranciers en overgooiers van drugs. Er kan geen discussie over bestaan dat de veiligheidsmaatregel wettig is opgelegd.
Er dient dan nog enkel nagegaan of de voorlopige maatregel wegens de aangetroffen i-phone langer werd aangehouden dan noodzakelijk, nu een celgenoot nog diezelfde avond de verantwoordelijkheid daarvoor op zich heeft genomen. De tuchtzitting heeft pas drie dagen later plaatsgevonden.
De directie wijst er echter terecht op dat het al de tweede maal was dat een i-phone of smartphone op de cel van betrokkene is gevonden en dat ook de vorige keer een andere celgenoot daarvoor de schuld op zich had genomen.
De klachtencommissie kan in deze omstandigheden slechts vaststellen dat de veiligheidsmaatregel geenszins langer dan noodzakelijk is aangehouden. De klacht is ongegrond.
Krachtens artikel 110 §1 van de Basiswet kan de directeur, wanneer er ernstige aanwijzingen bestaan van een gevaar voor de orde of de veiligheid, ten aanzien van een gedetineerde bijzondere veiligheidsmaatregelen bevelen waaronder de uitsluiting van deelname aan bepaalde gemeenschappelijke of individuele activiteiten en het verplicht verblijf in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte (artikel 112 §1 2° en 4°).
Aan de in artikel 110 § 1 bepaalde voorwaarde is in casu voldaan nu het niet toegelaten bezit van een i-phone de gedetineerde in staat stelt om niet controleerbare communicatie te onderhouden met een bepaalde buitenwereld. Men denke aan de leveranciers en overgooiers van drugs. Er kan geen discussie over bestaan dat de veiligheidsmaatregel wettig is opgelegd.
Er dient dan nog enkel nagegaan of de voorlopige maatregel wegens de aangetroffen i-phone langer werd aangehouden dan noodzakelijk, nu een celgenoot nog diezelfde avond de verantwoordelijkheid daarvoor op zich heeft genomen. De tuchtzitting heeft pas drie dagen later plaatsgevonden.
De directie wijst er echter terecht op dat het al de tweede maal was dat een i-phone of smartphone op de cel van betrokkene is gevonden en dat ook de vorige keer een andere celgenoot daarvoor de schuld op zich had genomen.
De klachtencommissie kan in deze omstandigheden slechts vaststellen dat de veiligheidsmaatregel geenszins langer dan noodzakelijk is aangehouden. De klacht is ongegrond.