KC20/22-0005
Non fondée
KC - Mechelen
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Disciplinaire
TUCHT - VOORLOPIGE MAATREGEL - RECHTEN VAN VERDEDIGING
Volgens art.144 §3 en §5 van de Basiswet stelt de directie de gedetineerde, in een taal die hij kan verstaan, in kennis van de hem ten laste gelegde feiten en volgens de Collectieve brief nr. 124 van 6 september 2013 dient de gedetineerde in staat te zijn om de mondelinge procedure te begrijpen, en moet de klager eveneens begrepen worden.
De directie was van oordeel dat zijzelf en de klager de Franse taal voldoende kenden om de mondelinge procedure te begrijpen.
De klachtencommissie heeft overigens bij een voorgaand geschil -tijdens de hoorzitting van 8/03/2022- kunnen vaststellen, vanuit de vertaling Nederlands-Frans en omgekeerd, dat de klager, dewelke het Albanees als moedertaal heeft, de Franse taal vlot spreekt en begrijpt. Tevens heeft de klager tijdens een eerdere tuchtverhoren in de Franse taal geen bezwaar gemaakt tegen de afwezigheid van een tolk. De basiswet en de rechten van de verdediging van de klager zijn dan ook niet geschonden door de afwezigheid van zijn raadsman en een tolk tijdens het tuchtverhoor. De klacht is ingegrond.
Volgens art.144 §3 en §5 van de Basiswet stelt de directie de gedetineerde, in een taal die hij kan verstaan, in kennis van de hem ten laste gelegde feiten en volgens de Collectieve brief nr. 124 van 6 september 2013 dient de gedetineerde in staat te zijn om de mondelinge procedure te begrijpen, en moet de klager eveneens begrepen worden.
De directie was van oordeel dat zijzelf en de klager de Franse taal voldoende kenden om de mondelinge procedure te begrijpen.
De klachtencommissie heeft overigens bij een voorgaand geschil -tijdens de hoorzitting van 8/03/2022- kunnen vaststellen, vanuit de vertaling Nederlands-Frans en omgekeerd, dat de klager, dewelke het Albanees als moedertaal heeft, de Franse taal vlot spreekt en begrijpt. Tevens heeft de klager tijdens een eerdere tuchtverhoren in de Franse taal geen bezwaar gemaakt tegen de afwezigheid van een tolk. De basiswet en de rechten van de verdediging van de klager zijn dan ook niet geschonden door de afwezigheid van zijn raadsman en een tolk tijdens het tuchtverhoor. De klacht is ingegrond.