Ga verder naar de inhoud

KC17/26-0043

Non fondée KC - Leuven Hulp Commission des plaintes Mesure d'ordre
ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG - MOTIVERING

Klager werd op 23 april 2026 bij ordemaatregel ontslagen uit zijn functie in het werkhuis. De directie haalde in de motivering van de ontslagbeslissing de vaststellingen in het RAD van 23 april 2026 aan, waaruit bleek dat klager op 21, 22 én 23 april 2026 zich ziek meldde zonder de dokter te raadplegen. Uit de ontslagbeslissing blijkt dat klager naar eigen zeggen op 23 april 2026 bij de dokter op consultatie ging. De directie wijst er in haar verweer op dat de afwezigheid van klager op geen enkel moment officieel gestaafd werd waardoor ze als ongeoorloofd werd beoordeeld. Volgens de klachtencommissie is de motivering van de ontslagbeslissing voldoende duidelijk en stelt ze betrokkene in staat om de reden van het ontslag te begrijpen, waardoor ze voldoet aan artikel 8 Basiswet. De klachtencommissie wijst er ook op dat het huishoudelijk reglement (p. 33) ook waarschuwt dat een gedetineerde die niet kan gaan werken wegens ziekte dit zo snel mogelijk moet laten attesteren door een dokter, zoniet kan de afwezigheid het voorwerp zijn van een RAD. Aangezien klager pas op dag drie van zijn afwezigheid de gevangenisarts consulteerde (hetgeen er dan ook nog niet in resulteerde dat de medische dienst of klager een afwezigheidsattest overmaakte) meent de klachtencommissie dat de beoordeling van de directie dat klager niet geschikt is voor de arbeidspost, redelijk is. De klacht is ongegrond.