Ga verder naar de inhoud

KC17/26-0034

Non fondée KC - Leuven Hulp Commission des plaintes Disciplinaire
TAAL - TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN

Klager dient een klacht in tegen een tuchtbeslissing en heeft de redenen in het Frans uiteengezet.

- Over de ontvankelijkheid:
Hoewel uit artikel 150, § 3 van de Basiswet volgt dat klachten voor de klachtencommissie bij een in Vlaanderen gelegen gevangenis in het Nederlands moeten worden ingediend, heeft de Nederlandstalige beroepscommissie in het verleden reeds geoordeeld dat het feit dat een klacht is opgesteld in een andere taal (dan de voorgeschreven taal) niet noodzakelijk leidt tot de niet-ontvankelijkheid van de klacht. Klager heeft op het klachtenformulier duidelijk de juiste categorie aangekruist, namelijk ‘tuchtbeslissing’, en hierbij de datum genoteerd. Hieruit kan de klachtencommissie voldoende duidelijk afleiden tegen welke beslissing van de directeur klager een klacht indient. De klacht is tijdig ingediend voor de bevoegde klachtencommissie. De klacht is ontvankelijk.

- Over de gegrondheid:
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld en een beambte getuige was van de feiten. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Het feit dat de gsm door de celgenoot van klager zou zijn binnengebracht, zoals klager in zijn klacht stelt, doet geen afbreuk aan het bewezen zijn van de feiten. Uit het RAD blijkt immers duidelijk dat de beambte klager heeft gezien terwijl hij gebruik maakte van de gsm. Dit werd ook opnieuw door de beambte bevestigd tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. Bovendien geeft klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting zelf toe dat hij de gsm af en toe mocht gebruiken om muziek te luisteren. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.

De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van tien dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de ernst van de feiten en het tuchtrechtelijk verleden van klager.