KC17/26-0024
Non fondée
KC - Leuven Hulp
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT
Klager dient klacht in omdat hij tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd wegens “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”.
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld en gedetailleerd beschrijft aan welke personen klager een vanuit plastieken folie verpakte item heeft uitgedeeld. De klachtencommissie is van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting geeft klager immers zelf toe dat hij tabak aan zijn medegedetineerden heeft uitgedeeld. Klager geeft ook nergens in zijn klacht een duidelijke reden waarom hij de tuchtbeslissing precies betwist, maar uit enkel zijn ongenoegen over het feit dat tuchten ‘gratis en voor niets’ worden uitgedeeld. De klachtencommissie benadrukt dat uit de tuchtbeslissing blijkt dat klager niet tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd voor het bezit van of de handel in drugs, maar enkel voor een inbreuk op het huishoudelijk reglement, namelijk het verbod op leningen en schenkingen tussen gedetineerden. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten deze tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie vijftien dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op het uitgebreide tuchtrechtelijke verleden van klager. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
Klager dient klacht in omdat hij tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd wegens “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”.
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld en gedetailleerd beschrijft aan welke personen klager een vanuit plastieken folie verpakte item heeft uitgedeeld. De klachtencommissie is van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting geeft klager immers zelf toe dat hij tabak aan zijn medegedetineerden heeft uitgedeeld. Klager geeft ook nergens in zijn klacht een duidelijke reden waarom hij de tuchtbeslissing precies betwist, maar uit enkel zijn ongenoegen over het feit dat tuchten ‘gratis en voor niets’ worden uitgedeeld. De klachtencommissie benadrukt dat uit de tuchtbeslissing blijkt dat klager niet tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd voor het bezit van of de handel in drugs, maar enkel voor een inbreuk op het huishoudelijk reglement, namelijk het verbod op leningen en schenkingen tussen gedetineerden. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten deze tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie vijftien dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op het uitgebreide tuchtrechtelijke verleden van klager. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.