Ga verder naar de inhoud

KC17/26-0014

Non fondée KC - Leuven Hulp Commission des plaintes Autre décision directeur
CELMUTATIE - MOTIVERING - ORDE - GEZONDHEID

De klacht is gericht tegen de celmutatie van klager die werd uitgevoerd. Een gedetineerde heeft niet het recht om zelf een verblijfsruimte te kiezen. Het is de directie die een verblijfsruimte toewijst aan een gedetineerde. Daarenboven is de directie in principe vrij om te kiezen op welke sectie of cel en met welke medegedetineerde(n) zij een gedetineerde plaatst. Deze bevoegdheid van de directie wordt immers niet nader geregeld in de Basiswet. De directie oefent bijgevolg een discretionaire bevoegdheid uit wanneer zij beslist om gedetineerden toe te wijzen aan een cel. Bij gebreke aan specifieke wettelijke bepalingen waaraan de beslissing tot overplaatsing naar een andere cel moet voldoen, kan de beslissing tot celmutatie mondeling worden genomen. De gedetineerde kan in dat geval vragen dat de redenen waarop die beslissing steunt, hem alsnog schriftelijk worden meegedeeld. Uit zijn klacht blijkt niet dat klager een schriftelijke beslissing heeft gevraagd. Niettegenstaande de beslissing tot celmutatie mondeling kan worden genomen, vereist de Basiswet wel dat alle beslissingen die in het kader van deze wet worden genomen, met redenen omkleed zijn. Uit het verweer van de directie blijkt dat klager voordien verbleef op de annexafdeling maar dat zijn verblijf op deze afdeling negatief werd geëvalueerd. Zo weigerde klager structureel gezamenlijk te eten met de andere bewoners en weigerde hij ook zijn voorgeschreven medicatie in te nemen terwijl hij in zijn klacht zelf vermeldt dat hij gezondheidsproblemen heeft. Een verwijdering van de annexafdeling drong zich bijgevolg op. De klachtencommissie meent dat de reden voor de celmutatie voldoende duidelijk blijkt uit het verweer van de directie en dat deze beslissing gerechtvaardigd was teneinde een menswaardig samenlevingsklimaat voor de andere bewoners op de annex te waarborgen. De celmutatie verliep niet vlot omdat klager zich opstandig gedroeg volgens de directie. Klager klaagt aan dat de cipiers geweld hebben gebruikt maar volgens de directie moesten er geen maatregelen van rechtstreekse dwang worden gebruikt. De klachtencommissie besluit dan ook dat er geen disproportioneel geweld werd gebruikt. Gelet op de verklaring van de directie dat klager daarvoor al een cel had gedeeld met een roker zonder ooit een opmerking te maken, kan de directie volgens de klachtencommissie niet verweten worden klager samen met een roker op cel te hebben geplaatst. Klager maakt in zijn klacht melding van gezondheidsproblemen maar brengt hier geen stukken van bij. Bovendien heeft klager slechts een korte tijd in de cel verbleven aangezien hij de gevangenis intussen heeft verlaten. Om deze redenen is de klacht ongegrond.