KC17/26-0005
Non fondée
Fondée
KC - Leuven Hulp
Commission des plaintes
Disciplinaire
Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - BEVOEGDHEID - TUCHT - BEWIJS
Klager klaagt in de eerste plaats de naaktfouille aan die in de ochtend van 19.01.2026 werd uitgevoerd. Uit het tuchtdossier blijkt dat de aanleiding voor de naaktfouille een rapport aan de directeur (RAD) was die door een beambte werd opgesteld op 19.01.2026 omwille van feiten die zich in de nacht van 18.01.2026 op 19.01.2026 hebben afgespeeld. Klager verklaart in zijn klacht dat er de ochtend nadien een celcontrole en een naaktfouille werd uitgevoerd. Uit de bestreden beslissing blijkt dat de naaktfouille werd uitgevoerd om 06u25 terwijl de directie het bevel hiertoe pas heeft gegeven om 09u15. Hierdoor besluit de klachtencommissie dat het personeel op eigen initiatief beslist heeft om klager te onderwerpen aan een naaktfouille terwijl de Basiswet deze beslissingen exclusief voorbehoudt voor de directeur gelet op het ingrijpend karakter van de controlemaatregel. Om deze reden besluit de klachtencommissie dat de klacht tegen de naaktfouille gegrond is.
De directeur nam op 19.01.2026 kennis van het RAD en besliste om een tuchtprocedure op te starten. Klager werd uitgenodigd voor de tuchtrechtelijke hoorzitting. Klager werd vervolgens tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken, een tuchtinbreuk van eerste categorie. Uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt dat de gevangenisdirectie zich bij het bewezen verklaren van de feiten heeft gebaseerd op de vaststellingen in het RAD. De klachtencommissie meent dat het RAD zeer uitgebreid en gedetailleerd werd opgesteld. Bovendien werden de vaststellingen gedaan door de opsteller van het RAD en haar collega die ook als getuige vermeld staat op het RAD. De klachtencommissie is verder van oordeel dat uit de zorgvuldige vaststellingen van de beambten blijkt dat klager en zijn celgenoot de voetbalmatch aan het bekijken waren op een gsm die zij in de koelkast hadden gepositioneerd om op die manier de gsm verborgen te houden. De uitleg van klager dat zijn celgenoot aan het koken was terwijl hij zelf op bed lag, wordt duidelijk tegengesproken door het RAD. Klager gaf geen geloofwaardige uitleg voor de vaststellingen dat hij en zijn celgenoot minutenlang, gefascineerd en met het nodige enthousiasme, op hun stoel naar de binnenkant van hun koelkast aan het kijken waren. De klachtencommissie besluit dus dat het vaststaat dat klager en zijn celgenoot gebruik hebben gemaakt van een gsm om op een onregelmatige manier toegang te hebben tot het Internet. Dat de gsm de volgende ochtend niet werd gevonden, doet geen afbreuk aan deze vaststellingen. Gelet op het feit dat er diezelfde nacht gebruik werd gemaakt van een slinger om voorwerpen door te geven aan andere gedetineerden, is het niet onmogelijk dat de gsm op die manier is verdwenen uit de cel van klager en zijn celgenoot. De klachtencommissie besluit dat de directie in redelijkheid en billijkheid het bezit en gebruik van een gsm kon toerekenen aan klager. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. Om deze redenen is de klacht ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.
Klager klaagt in de eerste plaats de naaktfouille aan die in de ochtend van 19.01.2026 werd uitgevoerd. Uit het tuchtdossier blijkt dat de aanleiding voor de naaktfouille een rapport aan de directeur (RAD) was die door een beambte werd opgesteld op 19.01.2026 omwille van feiten die zich in de nacht van 18.01.2026 op 19.01.2026 hebben afgespeeld. Klager verklaart in zijn klacht dat er de ochtend nadien een celcontrole en een naaktfouille werd uitgevoerd. Uit de bestreden beslissing blijkt dat de naaktfouille werd uitgevoerd om 06u25 terwijl de directie het bevel hiertoe pas heeft gegeven om 09u15. Hierdoor besluit de klachtencommissie dat het personeel op eigen initiatief beslist heeft om klager te onderwerpen aan een naaktfouille terwijl de Basiswet deze beslissingen exclusief voorbehoudt voor de directeur gelet op het ingrijpend karakter van de controlemaatregel. Om deze reden besluit de klachtencommissie dat de klacht tegen de naaktfouille gegrond is.
De directeur nam op 19.01.2026 kennis van het RAD en besliste om een tuchtprocedure op te starten. Klager werd uitgenodigd voor de tuchtrechtelijke hoorzitting. Klager werd vervolgens tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken, een tuchtinbreuk van eerste categorie. Uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt dat de gevangenisdirectie zich bij het bewezen verklaren van de feiten heeft gebaseerd op de vaststellingen in het RAD. De klachtencommissie meent dat het RAD zeer uitgebreid en gedetailleerd werd opgesteld. Bovendien werden de vaststellingen gedaan door de opsteller van het RAD en haar collega die ook als getuige vermeld staat op het RAD. De klachtencommissie is verder van oordeel dat uit de zorgvuldige vaststellingen van de beambten blijkt dat klager en zijn celgenoot de voetbalmatch aan het bekijken waren op een gsm die zij in de koelkast hadden gepositioneerd om op die manier de gsm verborgen te houden. De uitleg van klager dat zijn celgenoot aan het koken was terwijl hij zelf op bed lag, wordt duidelijk tegengesproken door het RAD. Klager gaf geen geloofwaardige uitleg voor de vaststellingen dat hij en zijn celgenoot minutenlang, gefascineerd en met het nodige enthousiasme, op hun stoel naar de binnenkant van hun koelkast aan het kijken waren. De klachtencommissie besluit dus dat het vaststaat dat klager en zijn celgenoot gebruik hebben gemaakt van een gsm om op een onregelmatige manier toegang te hebben tot het Internet. Dat de gsm de volgende ochtend niet werd gevonden, doet geen afbreuk aan deze vaststellingen. Gelet op het feit dat er diezelfde nacht gebruik werd gemaakt van een slinger om voorwerpen door te geven aan andere gedetineerden, is het niet onmogelijk dat de gsm op die manier is verdwenen uit de cel van klager en zijn celgenoot. De klachtencommissie besluit dat de directie in redelijkheid en billijkheid het bezit en gebruik van een gsm kon toerekenen aan klager. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. Om deze redenen is de klacht ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.