KC17/26-0002
Non fondée
KC - Leuven Hulp
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - HUISHOUDELIJK REGLEMENT
De klacht gaat over een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Leuven Hulp.
Klager kreeg in voorliggende zaak een bijzondere tuchtsanctie van 14 dagen ontzegging van bezoek (glasbezoek), omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan de inbreuk van de tweede categorie “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepaling”.
In dit dossier heeft de directie zich voor het bewijs van de tuchtinbreuk in eerste instantie gesteund op het rapport aan de directie. Klager ontkent de feiten ook niet. De klachtencommissie meent dat de vaststellingen in het RAD helder zijn geformuleerd en niet voor interpretatie vatbaar zijn. De directie kon de feiten in redelijkheid en billijkheid aan klager kon toerekenen. De klachtencommissie acht de kwalificatie ook correct en afdoende gemotiveerd.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. De feiten vormen een tuchtrechtelijke inbreuk van de tweede categorie, die kan worden bestraft met de ontzegging of beperking van de omgang met bezoekers van buiten de gevangenis en met het organiseren van het bezoek van familie in een lokaal dat is voorzien van een transparante wand die de bezoekers van de gedetineerde scheidt gedurende een maximum van 15 dagen. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf heeft opgelegd. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
De klacht gaat over een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Leuven Hulp.
Klager kreeg in voorliggende zaak een bijzondere tuchtsanctie van 14 dagen ontzegging van bezoek (glasbezoek), omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan de inbreuk van de tweede categorie “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepaling”.
In dit dossier heeft de directie zich voor het bewijs van de tuchtinbreuk in eerste instantie gesteund op het rapport aan de directie. Klager ontkent de feiten ook niet. De klachtencommissie meent dat de vaststellingen in het RAD helder zijn geformuleerd en niet voor interpretatie vatbaar zijn. De directie kon de feiten in redelijkheid en billijkheid aan klager kon toerekenen. De klachtencommissie acht de kwalificatie ook correct en afdoende gemotiveerd.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. De feiten vormen een tuchtrechtelijke inbreuk van de tweede categorie, die kan worden bestraft met de ontzegging of beperking van de omgang met bezoekers van buiten de gevangenis en met het organiseren van het bezoek van familie in een lokaal dat is voorzien van een transparante wand die de bezoekers van de gedetineerde scheidt gedurende een maximum van 15 dagen. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf heeft opgelegd. Om deze redenen is de klacht ongegrond.