KC17/25-0063
Non fondée
Fondée
Irrecevable
KC - Leuven Hulp
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Disciplinaire
Pas de décision du directeur
Mesure d'ordre
Fouille à corps
TUCHT - VM - NAAKTFOUILLERING - BEZOEK
Klager dient klacht in tegen de naaktfouillering. De klachtencommissie stelt vast dat nergens uit de motivering blijkt waarom een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan om deze voorwerpen of substanties te vinden. Er is dus niet voldaan aan de vereiste dat de naaktfouillering als ultimum remedium dient te worden ingezet. De klachtencommissie stelt vast dat niet voldaan is aan de subsidiariteitsvereiste.
Klager dient klacht in tegen de voorlopige maatregel. Uit de motivering van de voorlopige maatregel en het RAD blijkt duidelijk dat klager weerspannig was bij een fouillering op het lichaam toen er een verdachte substantie werd aangetroffen: “Bij de fouille op het lichaam zag ik dat bovenvermelde iets tussen zijn benen had verstopt ik vroeg om dit af te geven meerdere malen maar hij wou het niet afgeven. Bovenvermelde werd weerspannig waardoor er een interventie ontstond.” De voorlopige maatregel werd bijgevolg genomen met het oog op de vrijwaring van de fysieke integriteit van de beambten. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel wettig was.
Klager stelt dat de beambten zouden geweigerd hebben om uitwerpselen, aanwezig in de isolatiecel, op te ruimen. De klacht gaat over beweerdelijk feitelijk handelen van een personeelslid dat niet in verbinding kan worden gebracht met een beslissing van de directeur. Uit zijn klacht blijkt ook niet dat klager de directie hierover heeft aangesproken en dat de directie heeft nagelaten om dit voorval te onderzoeken, waardoor er ook geen sprake is van een verzuim van de directie.
Klager dient klacht in tegen de tuchtbeslissing. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld en ondertekend werd door getuigen van het personeel. Hieruit blijkt duidelijk dat klager de bevelen van het personeel niet heeft opgevolgd en weerspannig werd tijdens de celcontrole, dat een bruine verboden substantie in vershoudfolie samen met lange blaadjes werden gevonden na de geurwaarneming, en dat klager meer jetons op zak had dan toegestaan wordt door het huishoudelijk reglement. Het huishoudelijk reglement van de gevangenis van Leuven Hulp bepaalt immers op pagina 22 dat gedetineerden bij terugkeer naar hun cel in het bezit mogen zijn van maximaal 10 jetons. In zijn klacht geeft hij nergens aan waarom hij het niet eens is met de tuchtbeslissing zelf. Bovendien geeft hij tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting toe dat hij de verboden substantie zelf heeft gekocht en dit gebruikt als behandeling voor zijn ADHD in afwachting van het krijgen van Relatine via de psychiater. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten deze tuchtrechtelijke inbreuken uitmaakten.
Klager dient klacht in tegen glasbezoek. De klachtencommissie is van oordeel dat voldaan is aan artikel 60, § 3, 1° van de Basiswet. Het glasbezoek kan immers opgelegd worden “wanneer er ernstige redenen bestaan dat er zich tijdens het bezoek incidenten kunnen voordoen die de orde of de veiligheid in het gedrang kunnen brengen” of “als de bezoeker of de gedetineerde eerder de bezoekregeling niet heeft nageleefd en er redenen bestaan om aan te nemen dat deze inbreuk op de bezoekregeling zich kan herhalen.” Uit het rapport blijkt dat een doordringende drugsgeur werd vastgesteld door verschillende beambten en nadien bij de naaktfouillering een bruine verboden substantie in vershoudfolie werd gevonden en lange blaadjes. De klachtencommissie meent dan ook dat de partner van klager, gelet op de indringende drugsgeur, minstens op de hoogte moet zijn geweest van het drugsbezit en hierdoor de bezoekregeling niet heeft nageleefd.
Klager dient klacht in tegen de naaktfouillering. De klachtencommissie stelt vast dat nergens uit de motivering blijkt waarom een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan om deze voorwerpen of substanties te vinden. Er is dus niet voldaan aan de vereiste dat de naaktfouillering als ultimum remedium dient te worden ingezet. De klachtencommissie stelt vast dat niet voldaan is aan de subsidiariteitsvereiste.
Klager dient klacht in tegen de voorlopige maatregel. Uit de motivering van de voorlopige maatregel en het RAD blijkt duidelijk dat klager weerspannig was bij een fouillering op het lichaam toen er een verdachte substantie werd aangetroffen: “Bij de fouille op het lichaam zag ik dat bovenvermelde iets tussen zijn benen had verstopt ik vroeg om dit af te geven meerdere malen maar hij wou het niet afgeven. Bovenvermelde werd weerspannig waardoor er een interventie ontstond.” De voorlopige maatregel werd bijgevolg genomen met het oog op de vrijwaring van de fysieke integriteit van de beambten. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel wettig was.
Klager stelt dat de beambten zouden geweigerd hebben om uitwerpselen, aanwezig in de isolatiecel, op te ruimen. De klacht gaat over beweerdelijk feitelijk handelen van een personeelslid dat niet in verbinding kan worden gebracht met een beslissing van de directeur. Uit zijn klacht blijkt ook niet dat klager de directie hierover heeft aangesproken en dat de directie heeft nagelaten om dit voorval te onderzoeken, waardoor er ook geen sprake is van een verzuim van de directie.
Klager dient klacht in tegen de tuchtbeslissing. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld en ondertekend werd door getuigen van het personeel. Hieruit blijkt duidelijk dat klager de bevelen van het personeel niet heeft opgevolgd en weerspannig werd tijdens de celcontrole, dat een bruine verboden substantie in vershoudfolie samen met lange blaadjes werden gevonden na de geurwaarneming, en dat klager meer jetons op zak had dan toegestaan wordt door het huishoudelijk reglement. Het huishoudelijk reglement van de gevangenis van Leuven Hulp bepaalt immers op pagina 22 dat gedetineerden bij terugkeer naar hun cel in het bezit mogen zijn van maximaal 10 jetons. In zijn klacht geeft hij nergens aan waarom hij het niet eens is met de tuchtbeslissing zelf. Bovendien geeft hij tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting toe dat hij de verboden substantie zelf heeft gekocht en dit gebruikt als behandeling voor zijn ADHD in afwachting van het krijgen van Relatine via de psychiater. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten deze tuchtrechtelijke inbreuken uitmaakten.
Klager dient klacht in tegen glasbezoek. De klachtencommissie is van oordeel dat voldaan is aan artikel 60, § 3, 1° van de Basiswet. Het glasbezoek kan immers opgelegd worden “wanneer er ernstige redenen bestaan dat er zich tijdens het bezoek incidenten kunnen voordoen die de orde of de veiligheid in het gedrang kunnen brengen” of “als de bezoeker of de gedetineerde eerder de bezoekregeling niet heeft nageleefd en er redenen bestaan om aan te nemen dat deze inbreuk op de bezoekregeling zich kan herhalen.” Uit het rapport blijkt dat een doordringende drugsgeur werd vastgesteld door verschillende beambten en nadien bij de naaktfouillering een bruine verboden substantie in vershoudfolie werd gevonden en lange blaadjes. De klachtencommissie meent dan ook dat de partner van klager, gelet op de indringende drugsgeur, minstens op de hoogte moet zijn geweest van het drugsbezit en hierdoor de bezoekregeling niet heeft nageleefd.