KC17/25-0042
Non fondée
KC - Leuven Hulp
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - KWALIFICATIE FEITEN - SANCTIE
De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten in eerste instantie gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD van 6 juli 2025. Hierin wordt beschreven hoe de beambten een hels kabaal horen. Wanneer ze zich naar cel 615 begeven treffen ze daar een grote ravage aan. Wanneer er aan klager en zijn celgenoot gevraagd wordt naar de oorzaak melden ze dat dit normaal is en dat er een slecht telefoontje kwam. Klager betwiste de feiten ter tuchtzitting niet, maar stelde dat een aantal items nog functioneren. Ook nadat de directeur de items toont en de advocaat bevestigt dat ze allemaal kapot zijn, houdt klager vol dat sommige stukken nog werken of gerepareerd kunnen worden. Volgens de klachtencommissie bracht klager ter tuchtzitting geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte.
De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 3° Basiswet) en het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd.
Klager pleegde één inbreuk van de eerste categorie en één inbreuk van de tweede categorie en kreeg hiervoor een ATV-sanctie. De directie neemt in de motivering het aantal dagen ATV niet expliciet op maar stelt in de tabel enkel: “ATV van 06/07/2025 tot en met 26/07/2025 (voorlopige maatregel inbegrepen)”. Klager kreeg aldus 21 dagen ATV. De klachtencommissie verzoekt de directie om voortaan duidelijk het aantal dagen ATV te vermelden, dit zowel in de motivering als in de tabel, evenals het aantal dagen dat hiervan reeds onder de vorm van een voorlopige maatregel werd doorlopen. Het is niet de bedoeling dat klager (of de klachtencommissie) zelf de berekening moet maken. De klachtencommissie meent dat de aan klager opgelegde sanctie wettelijk én redelijk is. De klacht is ongegrond.
De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten in eerste instantie gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD van 6 juli 2025. Hierin wordt beschreven hoe de beambten een hels kabaal horen. Wanneer ze zich naar cel 615 begeven treffen ze daar een grote ravage aan. Wanneer er aan klager en zijn celgenoot gevraagd wordt naar de oorzaak melden ze dat dit normaal is en dat er een slecht telefoontje kwam. Klager betwiste de feiten ter tuchtzitting niet, maar stelde dat een aantal items nog functioneren. Ook nadat de directeur de items toont en de advocaat bevestigt dat ze allemaal kapot zijn, houdt klager vol dat sommige stukken nog werken of gerepareerd kunnen worden. Volgens de klachtencommissie bracht klager ter tuchtzitting geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte.
De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 3° Basiswet) en het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd.
Klager pleegde één inbreuk van de eerste categorie en één inbreuk van de tweede categorie en kreeg hiervoor een ATV-sanctie. De directie neemt in de motivering het aantal dagen ATV niet expliciet op maar stelt in de tabel enkel: “ATV van 06/07/2025 tot en met 26/07/2025 (voorlopige maatregel inbegrepen)”. Klager kreeg aldus 21 dagen ATV. De klachtencommissie verzoekt de directie om voortaan duidelijk het aantal dagen ATV te vermelden, dit zowel in de motivering als in de tabel, evenals het aantal dagen dat hiervan reeds onder de vorm van een voorlopige maatregel werd doorlopen. Het is niet de bedoeling dat klager (of de klachtencommissie) zelf de berekening moet maken. De klachtencommissie meent dat de aan klager opgelegde sanctie wettelijk én redelijk is. De klacht is ongegrond.