KC17/25-0029
Irrecevable
KC - Leuven Hulp
Commission des plaintes
Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - TERMIJN
De klacht van klager is gericht tegen het feit dat hij, ondanks zijn vraag, de politie nog steeds niet heeft kunnen spreken. Klager vermeldt zelf dat zijn vraag door de directie werd overgemaakt. De klacht is daardoor niet gericht tegen een beslissing die door of namens de directie werd genomen om het verzoek van klager niet over te maken aan de politie of tegen het verzuim of de weigering om een beslissing te nemen om het verzoek over te maken aan de politie. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager verzocht op 10 juni 2025 om de directie dringend te mogen spreken nadat hij vernam dat de persoon die hem bedreigt op dezelfde plaats is tewerkgesteld. Aan deze vraag werd op het moment van klachtindiening nog geen gevolg gegeven. Een gedetineerde moet in de gelegenheid worden gesteld om zich te wenden tot de directeur, met klachten in aangelegenheden die hemzelf betreffen (artikel 147 Basiswet). Het verzuim om te antwoorden binnen een redelijke termijn kan een beklagwaardig verzuim zijn. (BC/24-0239). De klachtencommissie stelt echter vast dat klager zijn klacht al op 13 juni 2025, slechts enkele dagen na het stellen van zijn vraag op 10 juni 2025, indiende. Hoewel de problematiek voor klager ongetwijfeld als zeer dringend ervaren werd, meent de klachtencommissie niet dat er in hoofde van de directie sprake was van het overschrijden van de redelijke termijn om op het verzoek van klager van 10 juni 2025 te antwoorden. Er was op het ogenblik van indiening van de klacht dan ook (nog) geen sprake van een verzuim in de zin van artikel 148, tweede lid Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.
De klacht van klager is gericht tegen het feit dat hij, ondanks zijn vraag, de politie nog steeds niet heeft kunnen spreken. Klager vermeldt zelf dat zijn vraag door de directie werd overgemaakt. De klacht is daardoor niet gericht tegen een beslissing die door of namens de directie werd genomen om het verzoek van klager niet over te maken aan de politie of tegen het verzuim of de weigering om een beslissing te nemen om het verzoek over te maken aan de politie. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager verzocht op 10 juni 2025 om de directie dringend te mogen spreken nadat hij vernam dat de persoon die hem bedreigt op dezelfde plaats is tewerkgesteld. Aan deze vraag werd op het moment van klachtindiening nog geen gevolg gegeven. Een gedetineerde moet in de gelegenheid worden gesteld om zich te wenden tot de directeur, met klachten in aangelegenheden die hemzelf betreffen (artikel 147 Basiswet). Het verzuim om te antwoorden binnen een redelijke termijn kan een beklagwaardig verzuim zijn. (BC/24-0239). De klachtencommissie stelt echter vast dat klager zijn klacht al op 13 juni 2025, slechts enkele dagen na het stellen van zijn vraag op 10 juni 2025, indiende. Hoewel de problematiek voor klager ongetwijfeld als zeer dringend ervaren werd, meent de klachtencommissie niet dat er in hoofde van de directie sprake was van het overschrijden van de redelijke termijn om op het verzoek van klager van 10 juni 2025 te antwoorden. Er was op het ogenblik van indiening van de klacht dan ook (nog) geen sprake van een verzuim in de zin van artikel 148, tweede lid Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.