Ga verder naar de inhoud

KC17/25-0017

Non fondée Fondée KC - Leuven Hulp Commission des plaintes Mesure provisoire Mesure de sécurité particulière
VOORLOPIGE MAATREGEL - BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL

In zijn klachtenformulier schrijft klager dat hij een klacht indient tegen een VM en een BVM.

Wat betreft de VM:
De VM is gemotiveerd en genomen door de directie. Gelet op het feit dat klager aangaf dat hij een pilletje en vervolgens een scheermesje zou ingeslikt hebben, kon de directie beslissen dat er sprake was van een aantasting van de interne veiligheid. De fysieke integriteit van klager diende gevrijwaard te worden. Hierdoor was de beslissing tot VM verantwoord. De maatregel heeft geen bestraffend karakter. De directie kon de VM opleggen. De klacht tegen de VM is om deze redenen ongegrond.

Wat betreft de BVM:
Wanneer de feiten die aanleiding kunnen geven tot een BVM eveneens het karakter hebben van een tuchtrechtelijke inbreuk, mag enkel de tuchtprocedure worden opgestart. De klachtencommissie merkt ook op dat bij de berekening van de duurtijd van de BVM, ten onrechte geen rekening werd gehouden met de periode die klager reeds had doorgebracht onder VM waardoor klager de facto langer dan zeven dagen de BVM moest ondergaan. Om deze redenen besluit de klachtencommissie dat de VM, gevolgd door de BVM, onwettig waren. Om deze reden is de klacht tegen het opleggen van de BVM kennelijk gegrond.