Ga verder naar de inhoud

KC17/25-0005

Fondée Irrecevable KC - Leuven Hulp Commission des plaintes Mesure provisoire Fouille à corps
FOUILLE OP HET LICHAAM – VERBODEN VOORWERPEN – VOORLOPIGE MAATREGEL

Klager dient klacht in tegen de beslissing tot fouillering op het lichaam en tegen een voorlopige maatregel. Hij verklaart dat hij niets zou hebben gehad.

- Over de fouillering op het lichaam

De klachtencommissie is van oordeel dat uit de motivering van de fouillering op het lichaam duidelijk blijkt wat de individuele aanwijzingen zijn om te vermoeden dat een gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. Klager werd immers in de nacht van 21 op 22 januari met een gsm gezien.

De klachtencommissie is echter van oordeel dat niet voldaan aan de vereiste dat de naaktfouillering als ultimum remedium dient te worden ingezet. Hoewel de directie in haar motivering bij de naaktfouillering stelt dat “de kans bestaat dat de gsm verstopt wordt in het ondergoed of op het lichaam”, is de klachtencommissie van oordeel dat deze motivering niet voldoende is. De metaaldetectieportiek (MDP) of het onderzoek aan de kledij hadden als minder ingrijpende maatregelen immers hetzelfde doel kunnen bereiken, gelet op het feit dat het hier gaat om een gsm.

De klachtencommissie stelt vast dat artikel 108 van de Basiswet geschonden is. Om deze redenen is de klacht gegrond.

- Over de voorlopige maatregel

De klachtencommissie stelt vast dat klager op zijn klachtenformulier de categorie ‘voorlopige maatregel’ heeft aangekruist, maar geen datum heeft ingevuld. Uit het verweer van de directie blijkt dat er geen voorlopige maatregel werd genomen ten aanzien van klager. Mogelijks betreft dit volgens haar een vergissing.

Bij gebreke aan een beslissing van de directeur, besluit de klachtencommissie dat deze klacht kennelijk niet ontvankelijk is.