Ga verder naar de inhoud

KC17/24-0035

Fondée KC - Leuven Hulp Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - ZORGVULDIGHEIDSPLICHT - BEWIJS

Klager beweert dat het tweede RAD onjuist is en voert aan dat hij meteen naar zijn advocaat is gegaan en niet in de ruimte van de sectiechef is geweest.

De aanwezigheid van klager in de ruimte van de sectiechef – en dus de waarachtigheid van het RAD – is makkelijk na te gaan via de camerabeelden. De klachtencommissie meent dat van een zorgvuldige directie kan worden verwacht dat zij minstens de camerabeelden bekijkt wanneer klager ondubbelzinnig ontkent dat hij iets te maken heeft met de feiten. De klachtencommissie bedoelt hiermee het volgende: klagers ontkenning bestaat uit een ontkenning van elke betrokkenheid bij de feiten. Hij voert namelijk aan dat hij zich niet in de ruimte van de sectiechef bevond, maar dat hij rechtstreeks naar zijn advocaat was gegaan, i.e. op een totaal andere plek. Dit zijn zaken die bij uitstek kunnen worden nagekeken via camerabeelden, i.t.t. het al dan niet doen van bepaalde uitspraken, waarvan sprake was in het vorige RAD. Door klager schuldig te bevinden aan de tuchtinbreuk zonder de camerabeelden te bekijken, schendt de directie de zorgvuldigheidsplicht.

Wat betreft het eerste RAD, meent de klachtencommissie dat het in een woord-tegen-woord situatie niet onredelijk is dat de directie steunt op het RAD als bewijs. Camerabeelden hebben geen toegevoegde waarde wanneer het gaat om bedreigingen. Hierop valt namelijk niet na te gaan wat gezegd is geweest.