Ga verder naar de inhoud

BC/24-0338

Fondée KC - Leuven Hulp Commission d'Appel Disciplinaire
TUCHT - ZORGVULDIGHEIDSPLICHT - BEWIJS

De klachtencommissie meende dat het RAD van 9 augustus 2024 gedetailleerd en duidelijk is. De klachtencommissie meent dat in geval van een woord-tegen-woord situatie het niet onredelijk is dat de directie zich steunt op het RAD als bewijs. Camerabeelden hebben geen toegevoegde waarde indien het gaat om bedreigingen. Hierop valt immers niet na te gaan wat gezegd is geweest. Wat betreft het RAD van 13 augustus 2024 houdt de klachtencommissie er een ander oordeel op na. Klager beweert immers dat hij niet in de ruimte van de sectiechef geweest is. In deze is de waarachtigheid van het RDA makkelijk na te gaan via camerabeelden. Klager ontkent ondubbelzinnig dat hij iets te maken heeft met de feiten. Dit is geen loutere ontkenning meer, maar een ontkenning van iedere betrokkenheid bij de feiten. Door klager schuldig te bevinden aan de tuchtinbreuk zonder de camerabeelden te bekijken, schendt de directie volgens de klachtencommissie de zorgvuldigheidsplicht.

De beroepscommissie is het niet eens met de klachtencommissie daar waar zij de tuchtbeslissing, in zoverre zij gebaseerd is op het tweede RAD onzorgvuldig vindt. De directie is immers niet verplicht om deze beelden te consulteren, wanneer zij de feiten in het RAD voldoende duidelijk vond om de feiten als bewezen te verklaren. De ontkenning van klager kan niet worden beschouwd als het opwerpen van tegenindicaties waardoor kan worden getwijfeld aan de feiten zoals beschreven in het RAD. Klager ontkent dat hij in de ruimte van de sectiechef geweest is, en stelt dat hij rechtstreeks naar zijn advocaat ging.

De directie hoefde in dit dossier de camerabeelden niet te bekijken en kon zich voor het schuldig verklaren van klager aan de feiten louter op het duidelijke RAD baseren.

Het beroep is gegrond.