Ga verder naar de inhoud

KC17/23-0017

Non fondée KC - Leuven Hulp Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - KLACHTENPROCEDURE

De basiswet voorziet dat een gedetineerde nauwkeurig de beslissing en de redenen van zijn klacht dient te formuleren.
Als de persoon in detentie zijn klacht in de brievenbus van de Commissie van Toezicht steekt, is het de verantwoordelijkheid van de maandcommissaris om de klachten correct en volledig over te maken.
Hier gaat het om een onachtzaamheid. De maandcommissaris controleerde de achterzijde van het klachtenformulier niet. De onvolledigheid werd pas na creatie van het dossier opgemerkt.
Aldus valt klager niet te verwijten dat zijn klacht onnauwkeurig zou zijn.
De klacht is ontvankelijk.
Klager erkent dat hij de gedetineerde uitgescholden heeft, maar stelt dat hij geprovoceerd werd door een medegedetineerde. Uit de feitelijke vaststellingen van de beambte blijkt evenwel dat de medegedetineerde zich afzijdig hield. Klager brengt voorts geen elementen aan die doen twijfelen aan de feitelijke vaststellingen van de beambte. De tuchtinbreuken staat vast.
Er werd aan klager een bijzondere tuchtsanctie opgelegd. De basiswet voorziet dat er een verband moet zijn tussen de aard of de omstandigheden van de tuchtrechtelijke inbreuk en de tuchtsanctie. Uit het RAD blijkt dat dat de belediging werd geuit in het werkhuis. Het verband tussen de aard of de omstandigheden van de inbreuk en de sanctie staat vast.
Klager werd schuldig bevonden aan tuchtinbreuken van de tweede categorie. Voor inbreuken van de tweede categorie bedraagt de sanctie maximaal 15 dagen. De initiële sanctie - een werkverbod van 30 dagen - was in strijd met de Basiswet. Deze fout is aangepast. De tuchtsanctie is herleid naar 15 dagen. Het tuchtregister werd aangepast. De klachtencommissie is van oordeel dat op basis van alle elementen in het dossier een tuchtsanctie van 15 dagen billijk en redelijk is.
De klacht is ongegrond.