KC17/22-0052
Fondée
KC - Leuven Hulp
Commission des plaintes
Pas de décision du directeur
Fouille à corps
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - FOUILLE LICHAAM - MOTIVERING
Klager legt klacht neer tegen de veelheid van celcontroles en tegen een beslissing tot het opleggen van een fouille aan het lichaam. Klager specifieert niet voldoende om welke celcontroles het precies gaat. De directie stelt dat controle van de cellen opgelegd worden door de kwartierchef. Het gaat hier niet om een beslissing die door of namens de directeur ten aanzien van de klager werd genomen.
Deze klacht is onontvankelijk.
Wat de klacht in verband met de fouille aan het lichaam betreft bevat de motivering de individuele aanwijzingen waarom men vermoedt dat klager in het bezit is van verboden voorwerpen en/of substanties maar in de beslissing wordt niet gemotiveerd waarom een onderzoek aan de kledij of een controle via de metaaldetector niet zou volstaan om na te gaan of klager in het bezit is van een gsm. Een onderzoek aan het lichaam heeft nochtans een subsidiair karakter en moet beschouwd worden als ultimum remedium.
De basiswet bepaalt dat een schriftelijke beslissing tot fouillering op het lichaam ook binnen de 24 uur aan klager overgemaakt dient te worden. Uit het dossier blijkt dat de datum alsook het tijdstip van overhandiging niet werden ingevuld op deze beslissing waardoor de klachtencommissie niet kan nagaan of deze termijn van 24 uur werd nageleefd.
De klacht met betrekking tot de fouille aan het lichaam is gegrond.
Klager legt klacht neer tegen de veelheid van celcontroles en tegen een beslissing tot het opleggen van een fouille aan het lichaam. Klager specifieert niet voldoende om welke celcontroles het precies gaat. De directie stelt dat controle van de cellen opgelegd worden door de kwartierchef. Het gaat hier niet om een beslissing die door of namens de directeur ten aanzien van de klager werd genomen.
Deze klacht is onontvankelijk.
Wat de klacht in verband met de fouille aan het lichaam betreft bevat de motivering de individuele aanwijzingen waarom men vermoedt dat klager in het bezit is van verboden voorwerpen en/of substanties maar in de beslissing wordt niet gemotiveerd waarom een onderzoek aan de kledij of een controle via de metaaldetector niet zou volstaan om na te gaan of klager in het bezit is van een gsm. Een onderzoek aan het lichaam heeft nochtans een subsidiair karakter en moet beschouwd worden als ultimum remedium.
De basiswet bepaalt dat een schriftelijke beslissing tot fouillering op het lichaam ook binnen de 24 uur aan klager overgemaakt dient te worden. Uit het dossier blijkt dat de datum alsook het tijdstip van overhandiging niet werden ingevuld op deze beslissing waardoor de klachtencommissie niet kan nagaan of deze termijn van 24 uur werd nageleefd.
De klacht met betrekking tot de fouille aan het lichaam is gegrond.