KC17/21-0045
Non fondée
KC - Leuven Hulp
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - CAMERABEELDEN - GETUIGE - VERBODEN SUBSTANTIES
Een rapport aan de directeur vormt voor de directie van de penitentiaire inrichting een belangrijke basis als bewijs voor een tuchtrechtelijke inbreuk. De directie kan er redelijkerwijze van uitgaan dat deze rapporten een correcte weergave zijn van de feiten, tenzij er overtuigende elementen worden aangevoerd die het tegendeel aantonen. Het rapport in kwestie is zeer duidelijk over de feiten en de rol van klager hierin. Het stelt uitdrukkelijk dat hij twee pakketten opraapt, in elke broekzak steekt en vervolgens uitdeelt. De visuele vaststelling van het personeelslid is dan ook voldoende om de tuchtinbreuk te bewijzen.
Uit de motivatie van de tuchtbeslissing blijkt duidelijk dat de directie zich heeft gebaseerd op het RAD en niet op camerabeelden. Nu er geen camerabeelden gebruikt zijn bij de beoordeling, zijn de rechten van verdediging niet geschonden door het niet delen van deze beelden (Raad van State 17 maart 2016, nr. 234.136).
De klachtencommissie oordeelt dat de camerabeelden geen deel uitmaken van het tuchtdossier. Ze waren niet de basis voor deze tuchtbeslissing.
Naar aanleiding van de zitting ziet de klachtencommissie ook geen redenen om de vaststellende pba te horen. De directeur maakte op de zitting duidelijk wat de functie van dit personeelslid is namelijk dat dit een van de vaste personeelsleden is die de observatiepost regelmatig bemant. De klachtencommissie twijfelt dan ook niet aan het personeelslid zijn deskundigheid om gedetineerden op basis van hun postuur en gedrag te herkennen.
De klacht is ongegrond.
Een rapport aan de directeur vormt voor de directie van de penitentiaire inrichting een belangrijke basis als bewijs voor een tuchtrechtelijke inbreuk. De directie kan er redelijkerwijze van uitgaan dat deze rapporten een correcte weergave zijn van de feiten, tenzij er overtuigende elementen worden aangevoerd die het tegendeel aantonen. Het rapport in kwestie is zeer duidelijk over de feiten en de rol van klager hierin. Het stelt uitdrukkelijk dat hij twee pakketten opraapt, in elke broekzak steekt en vervolgens uitdeelt. De visuele vaststelling van het personeelslid is dan ook voldoende om de tuchtinbreuk te bewijzen.
Uit de motivatie van de tuchtbeslissing blijkt duidelijk dat de directie zich heeft gebaseerd op het RAD en niet op camerabeelden. Nu er geen camerabeelden gebruikt zijn bij de beoordeling, zijn de rechten van verdediging niet geschonden door het niet delen van deze beelden (Raad van State 17 maart 2016, nr. 234.136).
De klachtencommissie oordeelt dat de camerabeelden geen deel uitmaken van het tuchtdossier. Ze waren niet de basis voor deze tuchtbeslissing.
Naar aanleiding van de zitting ziet de klachtencommissie ook geen redenen om de vaststellende pba te horen. De directeur maakte op de zitting duidelijk wat de functie van dit personeelslid is namelijk dat dit een van de vaste personeelsleden is die de observatiepost regelmatig bemant. De klachtencommissie twijfelt dan ook niet aan het personeelslid zijn deskundigheid om gedetineerden op basis van hun postuur en gedrag te herkennen.
De klacht is ongegrond.