KC16/26-0212
Non fondée
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - BEWIJS
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. De aanleiding voor de tuchtrechtelijke veroordeling blijkt een rapport aan de directeur (RAD) te zijn waarin wordt gesteld dat bij een routinecontrole van de cel van klager, in het bovenste vak van de sanitaire unit, een hoesje werd gevonden dat dient om een smartphone in te bewaren. Het hoesje was vastgeknoopt aan een kabel of leiding. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager het bezit van het hoesje heeft ontkend. Klager kan niet aan die beveiligde ruimte boven zijn toilet. Hij zou op zijn lavabo moeten staan om de plaats te kunnen bereiken maar dat zou de lavabo niet kunnen houden door zijn gewicht. Klager denkt dat het hoesje er al lag voor hij de cel introk. Klager erkent dat hij moet weten wat er in zijn cel aanwezig is maar klager poetst niet op die plek. Klager is nog nooit op die plek geweest. Bovendien heeft hij niet het gereedschap om dat uit te vijzen.
Uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt dat de directie navraag heeft gedaan bij de beambten die deze controle hadden uitgevoerd. Uit deze navraag blijkt dat het de beambten tijdens de controle was opgevallen dat de vijzen van de sanitaire unit los zaten. Hierdoor hebben zij de unit van naderbij onderzocht. De klachtencommissie meent hieruit te besluiten dat het nazicht van de sanitaire unit niet behoort tot een routinecontrole maar dat een abnormale omstandigheid, namelijk loszittende vijzen, hun aandacht had getrokken. Aangezien klager op dat moment alleen verbleef in de cel, meent de klachtencommissie dat klager de enige was die verantwoordelijk kon zijn voor de loszittende vijzen. Bij het openen van de unit vonden de beambten volgens het RAD een hoesje dat dient om een smartphone in te bewaren. Klager wierp tijdens de zitting van de klachtencommissie op dat het hoesje eigenlijk een gewone plastic zak was waar ook iets anders dan een smartphone had kunnen in zitten. De klachtencommissie stelt vast dat klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting het uitzicht van het gevonden hoesje echter niet heeft betwist. De klachtencommissie is van oordeel dat klager geen overtuigende tegenindicaties heeft opgeworpen in vergelijking met de duidelijke vaststellingen van het personeel. De klachtencommissie besluit dat de directie het bezit van het smartphonehoesje, hetgeen een niet-toegelaten toebehoren van een gsm is conform het huishoudelijk reglement, terecht heeft toegerekend aan klager. De directie heeft een algemene tuchtsanctie opgelegd van drie dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegelaten maximumsanctie vijftien dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie niet onredelijk of onbillijk was.
Om deze redenen zijn de klachten ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. De aanleiding voor de tuchtrechtelijke veroordeling blijkt een rapport aan de directeur (RAD) te zijn waarin wordt gesteld dat bij een routinecontrole van de cel van klager, in het bovenste vak van de sanitaire unit, een hoesje werd gevonden dat dient om een smartphone in te bewaren. Het hoesje was vastgeknoopt aan een kabel of leiding. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager het bezit van het hoesje heeft ontkend. Klager kan niet aan die beveiligde ruimte boven zijn toilet. Hij zou op zijn lavabo moeten staan om de plaats te kunnen bereiken maar dat zou de lavabo niet kunnen houden door zijn gewicht. Klager denkt dat het hoesje er al lag voor hij de cel introk. Klager erkent dat hij moet weten wat er in zijn cel aanwezig is maar klager poetst niet op die plek. Klager is nog nooit op die plek geweest. Bovendien heeft hij niet het gereedschap om dat uit te vijzen.
Uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt dat de directie navraag heeft gedaan bij de beambten die deze controle hadden uitgevoerd. Uit deze navraag blijkt dat het de beambten tijdens de controle was opgevallen dat de vijzen van de sanitaire unit los zaten. Hierdoor hebben zij de unit van naderbij onderzocht. De klachtencommissie meent hieruit te besluiten dat het nazicht van de sanitaire unit niet behoort tot een routinecontrole maar dat een abnormale omstandigheid, namelijk loszittende vijzen, hun aandacht had getrokken. Aangezien klager op dat moment alleen verbleef in de cel, meent de klachtencommissie dat klager de enige was die verantwoordelijk kon zijn voor de loszittende vijzen. Bij het openen van de unit vonden de beambten volgens het RAD een hoesje dat dient om een smartphone in te bewaren. Klager wierp tijdens de zitting van de klachtencommissie op dat het hoesje eigenlijk een gewone plastic zak was waar ook iets anders dan een smartphone had kunnen in zitten. De klachtencommissie stelt vast dat klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting het uitzicht van het gevonden hoesje echter niet heeft betwist. De klachtencommissie is van oordeel dat klager geen overtuigende tegenindicaties heeft opgeworpen in vergelijking met de duidelijke vaststellingen van het personeel. De klachtencommissie besluit dat de directie het bezit van het smartphonehoesje, hetgeen een niet-toegelaten toebehoren van een gsm is conform het huishoudelijk reglement, terecht heeft toegerekend aan klager. De directie heeft een algemene tuchtsanctie opgelegd van drie dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegelaten maximumsanctie vijftien dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie niet onredelijk of onbillijk was.
Om deze redenen zijn de klachten ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.