Ga verder naar de inhoud

KC16/26-0183

Non fondée Fondée KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Autre décision directeur Mesure provisoire
VOORLOPIGE MAATREGEL - VERBLIJFSRUIMTE - ZORGPLICHT

De klachten gaan over een voorlopige maatregel van 20 mei 2026 en het toekennen van een verblijfsruimte met een groot raam in de gevangenis van Leuven Centraal.

Over de voorlopige maatregel: de klachtencommissie meent dat uit de motivering van de voorlopige maatregel voldoende blijkt waarom de interne veiligheid werd aangetast. Klager was erg agressief en dreigde ermee zijn nieuwe celgenoot de tanden uit zijn mond te zullen slaan. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel van verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte in het voorliggend dossier wettig, redelijk en billijk was. De klacht is ongegrond.

Over het toekennen van een verblijfsruimte: op het inrichtingshoofd rust dan ook de verplichting de nodige maatregelen te nemen opdat, wanneer de medische dienst dit nodig acht, een gedetineerde de nodige geneeskundige verzorging krijgt, hetzij in de inrichting zelf, hetzij wanneer dit niet mogelijk is, buiten de inrichting.

Uit het medisch attest van 28/04/2026 van klager blijkt dat deze op een cel met een groot raam en zonder rokers moet verblijven. Klager verblijft op een duocel, met een roker en een klein raam. De klachtencommissie is van oordeel dat de eindverantwoordelijkheid voor het plaatsen van klager in een cel met een groot raam bij de directie ligt.

De directie heeft naar het oordeel van de klachtencommissie onvoldoende verduidelijkt of zij voldoende inspanning heeft geleverd of maatregelen getroffen heeft opdat klager in een cel met een groot raam verblijft. De klacht is bijgevolg gegrond. De klachtencommissie draagt de directie op om klager – voor zover dit nog niet gebeurd is – onmiddellijk een verblijfsruimte met een groot raam toe te wijzen.
Un dossier d'appel a été ouvert avec la référence BC/26-0298