KC16/26-0135
Non fondée
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Autre décision directeur
ARBEID - ONTSLAG
Uit de schriftelijke ontslagbeslissing blijkt dat de directie beslist heeft om klager te ontslaan als hoofddiender op vleugel B2. Uit de motivering van de ontslagbeslissing blijkt dat op verschillende momenten werd gerapporteerd dat klager enerzijds zijn job niet goed deed en anderzijds dat hij de aanmaningen hierover in de wind sloeg. Uit de beslissing blijkt dat klager hiervoor op het matje werd geroepen bij de directie waardoor hij wist dat hij beter zijn best moest doen. Op zijn vraag werd zelfs geregeld dat hij opnieuw fatik kon zijn op B2 in plaats van B3 omdat hij niet langer met een medegedetineerde wou samenwerken. Dit bracht echter geen verandering teweeg. De spreekwoordelijke druppel blijkt de vaststelling te zijn dat klager de speelzaal niet goed genoeg had gepoetst. Toen hem werd gevraagd om deze opnieuw te poetsen, weigerde hij dit. Deze motivering is gesteund op observatienota’s en RAD’s waarvan de klachtencommissie kennisnam. De klachtencommissie meent dat de redenen voor het ontslag van klager duidelijk werden weergegeven in de bestreden beslissing. Klager is niet ontslagen omdat hij op 15.04.2026 de speelzaal niet heeft gepoetst. Klager is ontslagen omdat men niet tevreden is over de uitoefening van zijn job en zijn werkattitude, onder andere op 15.04.2026. De klachtencommissie is verder van oordeel dat de directie terecht tot de ongeschiktheid van klager heeft besloten en dat klager verschillende kansen heeft gehad. Om deze redenen meent de klachtencommissie dat de klacht tegen het ontslag ongegrond is. De ontslagbeslissing blijft bestaan.
Uit de schriftelijke ontslagbeslissing blijkt dat de directie beslist heeft om klager te ontslaan als hoofddiender op vleugel B2. Uit de motivering van de ontslagbeslissing blijkt dat op verschillende momenten werd gerapporteerd dat klager enerzijds zijn job niet goed deed en anderzijds dat hij de aanmaningen hierover in de wind sloeg. Uit de beslissing blijkt dat klager hiervoor op het matje werd geroepen bij de directie waardoor hij wist dat hij beter zijn best moest doen. Op zijn vraag werd zelfs geregeld dat hij opnieuw fatik kon zijn op B2 in plaats van B3 omdat hij niet langer met een medegedetineerde wou samenwerken. Dit bracht echter geen verandering teweeg. De spreekwoordelijke druppel blijkt de vaststelling te zijn dat klager de speelzaal niet goed genoeg had gepoetst. Toen hem werd gevraagd om deze opnieuw te poetsen, weigerde hij dit. Deze motivering is gesteund op observatienota’s en RAD’s waarvan de klachtencommissie kennisnam. De klachtencommissie meent dat de redenen voor het ontslag van klager duidelijk werden weergegeven in de bestreden beslissing. Klager is niet ontslagen omdat hij op 15.04.2026 de speelzaal niet heeft gepoetst. Klager is ontslagen omdat men niet tevreden is over de uitoefening van zijn job en zijn werkattitude, onder andere op 15.04.2026. De klachtencommissie is verder van oordeel dat de directie terecht tot de ongeschiktheid van klager heeft besloten en dat klager verschillende kansen heeft gehad. Om deze redenen meent de klachtencommissie dat de klacht tegen het ontslag ongegrond is. De ontslagbeslissing blijft bestaan.