Ga verder naar de inhoud

KC16/26-0098

Non fondée KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Autre décision directeur
FOUILLE LICHAAM - MOTIVERING - CELMUTATIE

Klager verhuisde van een cel op vleugel A naar een cel op vleugel E. De toewijzing van een gedetineerde aan een verblijfsruimte veronderstelt een beslissing die behoort tot de bevoegdheid van de directie. Ook al neemt de directie die beslissing niet zelf, het is minstens een beslissing namens de directie. De klacht is ontvankelijk. Een gedetineerde heeft niet het recht om zelf een verblijfsruimte te kiezen. Het is de directie die een verblijfsruimte toewijst aan een gedetineerde. Daarenboven is de directie in principe vrij om te kiezen op welke sectie of cel en met welke medegedetineerde(n) zij een gedetineerde plaatst. Deze bevoegdheid van de directie wordt immers niet nader geregeld in de Basiswet. De directie oefent bijgevolg een discretionaire bevoegdheid uit wanneer zij beslist om gedetineerden toe te wijzen aan een cel. Klager meent dat de directie onvoldoende maatregelen heeft genomen teneinde zijn veiligheid te waarborgen. Klager was bang op vleugel E en hij voelde zich claustrofobisch in zijn cel in die mate dat hij liever in het cachot wou verblijven hetgeen hij één nacht heeft gedaan. De klachtencommissie stelt vast dat klager de keuze werd gelaten om te blijven op vleugel A of te verhuizen naar vleugel E. Klager koos om te verhuizen naar vleugel E. Zijn aangekaarte gevoelens van angst en onveiligheid ondersteunt hij niet door verifieerbare feiten. De klachtencommissie stelt wel vast dat klager de dag na zijn celmutatie reeds terecht kon bij de directie met zijn bezorgdheden en dat de directie onverwijld al het nodige gedaan heeft. Klager werd op de wachtlijst gezet voor een andere vleugel en zijn overplaatsing naar een andere gevangenis werd aangevraagd. Intussen verblijft klager op vleugel C hetgeen beter bij zijn rustig karakter zou passen, verklaart hij. Om deze redenen meent de klachtencommissie dat de celmutatie van klager niet onwettig, noch onredelijk of onbillijk was. De klacht is ongegrond.

Uit de bestreden beslissing blijkt dat de directie de opdracht heeft gegeven om klager te onderwerpen aan een naaktfouille voorafgaand aan zijn vrijwillig verblijf in de beveiligde cel. In Collectieve Brief nr. 156 van 14 augustus 2020 is voorzien dat de gedetineerde die in een beveiligde cel verblijft, over voldoende lectuur mag beschikken en briefwisseling mag voeren. Volgens de klachtencommissie impliceert dit dat klager zijn EHBO-cursus en schrijfgerief wél mocht meenemen naar de beveiligde cel en dat de passage in de motivering waarin wordt gesteld dat een balpen verboden is wegens veiligheidsredenen, niet correct is. Daarenboven blijkt uit de verklaringen van klager ter zitting dat hij zijn rugzak met daarin zijn EHBO-cursus en pennenzak niet eens heeft meegenomen naar de beveiligde cel. Klager kreeg te horen van de beambten dat hij dit niet mocht meenemen – hetgeen dus foutief is – waarna hij zijn rugzak op cel heeft laten liggen. De klachtencommissie besluit dat er bijgevolg geen enkele individuele aanwijzing was dat klager in het bezit was van verboden of gevaarlijke voorwerpen. Om deze reden is de klacht tegen de naaktfouille gegrond.