KC16/26-0071
Non fondée
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Disciplinaire
Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - TUCHT
De klacht gaat over een fouillering op het lichaam van 22/02/2026 en een tuchtbeslissing van 23/02/2026 van de directie van de gevangenis van Leuven Centraal.
Over de naaktfouille: de klachtencommissie is van oordeel dat de motivering van de bestreden beslissing concrete elementen bevat waarom de directeur het vermoeden had dat klager in het bezit was van verboden voorwerpen of substanties. In de beslissing is bovendien gemotiveerd waarom een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan hebben om deze voorwerpen of substanties te vinden. De klacht is ongegrond.
Over de tuchtbeslissing: klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 7 dagen ATV, omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan:
- een inbreuk van de eerste categorie “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”;
- een inbreuk van de tweede categorie “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”;
- een inbreuk van de tweede categorie “het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort”.
De directie kon binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren. De motivering voldoet volgens de klachtencommissie aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet.
De feiten vormen tuchtrechtelijke inbreuken van de eerste en tweede categorie. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie kan maximaal 30 dagen ATV worden opgelegd zodat de tuchtsanctie wettig was. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk of onbillijke straf van 7 dagen ATV heeft opgelegd. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
De klacht gaat over een fouillering op het lichaam van 22/02/2026 en een tuchtbeslissing van 23/02/2026 van de directie van de gevangenis van Leuven Centraal.
Over de naaktfouille: de klachtencommissie is van oordeel dat de motivering van de bestreden beslissing concrete elementen bevat waarom de directeur het vermoeden had dat klager in het bezit was van verboden voorwerpen of substanties. In de beslissing is bovendien gemotiveerd waarom een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan hebben om deze voorwerpen of substanties te vinden. De klacht is ongegrond.
Over de tuchtbeslissing: klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 7 dagen ATV, omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan:
- een inbreuk van de eerste categorie “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”;
- een inbreuk van de tweede categorie “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”;
- een inbreuk van de tweede categorie “het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort”.
De directie kon binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren. De motivering voldoet volgens de klachtencommissie aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet.
De feiten vormen tuchtrechtelijke inbreuken van de eerste en tweede categorie. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie kan maximaal 30 dagen ATV worden opgelegd zodat de tuchtsanctie wettig was. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk of onbillijke straf van 7 dagen ATV heeft opgelegd. Om deze redenen is de klacht ongegrond.