KC16/26-0017
Non fondée
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Disciplinaire
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT
De klachten zijn gericht tegen de voorlopige maatregel van 15.01.2026 en de tuchtbeslissing van 18.01.2026.
Over de voorlopige maatregel: uit de camerabeelden en het rapport aan de directeur blijkt dat klager een blikje uit de hand van zijn ex-vriendin heeft geslagen, nadien een blikje in haar gezicht heeft gegooid en de arm van een beambte heeft vastgenomen. De voorlopige maatregel werd dus weldegelijk genomen met het oog op het vrijwaren van de fysieke integriteit van personen in de gevangenis. Hierdoor was de beslissing tot voorlopige maatregel verantwoord. De voorlopige maatregel is gemotiveerd en genomen door de directie. De maatregel heeft geen bestraffend karakter. De directie kon de voorlopige maatregel opleggen. De klacht is bijgevolg ongegrond.
Over de tuchtbeslissing: de directie heeft een bijzondere tuchtsanctie van 20 dagen bezoek achter een transparante wand met mevrouw voor de inbreuken van de eerste categorie “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee” en “de opzettelijke aantasting van de orde” opgelegd.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. De feiten vormen tuchtrechtelijke inbreuken van de eerste categorie, die kunnen worden gestraft met een maximum van 30 dagen bijzondere tuchtsanctie. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten, de voorlopige maatregel en geen onredelijk zware straf van 20 dagen glasbezoek met de ex-vriendin van klager heeft opgelegd. De klacht is bijgevolg ongegrond.
De klachten zijn gericht tegen de voorlopige maatregel van 15.01.2026 en de tuchtbeslissing van 18.01.2026.
Over de voorlopige maatregel: uit de camerabeelden en het rapport aan de directeur blijkt dat klager een blikje uit de hand van zijn ex-vriendin heeft geslagen, nadien een blikje in haar gezicht heeft gegooid en de arm van een beambte heeft vastgenomen. De voorlopige maatregel werd dus weldegelijk genomen met het oog op het vrijwaren van de fysieke integriteit van personen in de gevangenis. Hierdoor was de beslissing tot voorlopige maatregel verantwoord. De voorlopige maatregel is gemotiveerd en genomen door de directie. De maatregel heeft geen bestraffend karakter. De directie kon de voorlopige maatregel opleggen. De klacht is bijgevolg ongegrond.
Over de tuchtbeslissing: de directie heeft een bijzondere tuchtsanctie van 20 dagen bezoek achter een transparante wand met mevrouw voor de inbreuken van de eerste categorie “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee” en “de opzettelijke aantasting van de orde” opgelegd.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. De feiten vormen tuchtrechtelijke inbreuken van de eerste categorie, die kunnen worden gestraft met een maximum van 30 dagen bijzondere tuchtsanctie. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten, de voorlopige maatregel en geen onredelijk zware straf van 20 dagen glasbezoek met de ex-vriendin van klager heeft opgelegd. De klacht is bijgevolg ongegrond.