Ga verder naar de inhoud

KC16/26-0014

Non fondée Irrecevable KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Autre décision directeur Mesure provisoire
VM - BEZOEK

Klager dient klacht in omdat hij langer dan 72u onder voorlopige maatregel zou hebben gezeten, hoewel hij de verlenging van zijn voorlopige maatregel niet zou hebben ondertekend en hier niet mee akkoord was.
Uit het procedureverloop blijkt dat klager onterecht stelt dat hij langer dan 72 uur onder voorlopige maatregel zou hebben gezeten. De voorlopige maatregel heeft immers aanvang genomen op 16/01/2026 om 12u00 en de directie heeft de tuchtbeslissing genomen op 18/01/2026 om 14u00. Het feit dat er sprake was over een eventueel uitstel van de tuchtrechtelijke hoorzitting – hetgeen eerst bevestigd werd door de advocaat van klager, maar nadien niet heeft plaatsgevonden na weigering door klager zelf – heeft niet tot gevolg gehad dat de voorlopige maatregel ook effectief verlengd is geweest. Klager heeft bovendien al op 17/01/2026 een klacht hierover ingediend, terwijl hij op dat moment nog geen kennis kon hebben over de uiteindelijke beslissing over de verlenging van de voorlopige maatregel.

Daarnaast heeft klager op 17/01/2026 klacht heeft ingediend over de weigering van familiaal bezoek op 19/01/2026. De klachtencommissie stelt vast dat deze klacht voorbarig is, aangezien klager klacht indient tegen een hypothetische beslissing van de directie, die op het moment van indiening van de klacht nog niet bestond. Deze klacht is kennelijk niet-ontvankelijk.