KC16/26-0013
Non fondée
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - HUISHOUDELIJK REGLEMENT - SANCTIE
De klachtencommissie herinnert eraan dat samenloop van een tuchtrechtelijke inbreuk en een misdrijf de tuchtprocedure en de mogelijkheid van tuchtrechtelijke bestraffing niet in de weg staan (artikel 125 Basiswet). Naar analogie meent de klachtencommissie dat een sanctie opgelegd door de faculteit evenmin de tuchtprocedure en de mogelijkheid van tuchtrechtelijke bestraffing in de weg staat. De klachtencommissie wijst erop dat het vonnis van de rechtbank klager enkel garandeert dat hij een opleiding mag volgen. Het vonnis sluit niet uit dat het gebruik van de laptop die hem in het kader hiervan ter beschikking wordt gesteld, gebonden is aan een afsprakenkader. Het vonnis geeft klager met andere woorden geen vrijgeleide om de laptop die hij voor zijn opleiding ter beschikking krijgt, voor eender welk ander doeleind te gebruiken of misbruiken en sluit dus niet uit dat hij in het geval van oneigenlijk gebruik tuchtrechtelijk gesanctioneerd kan worden.
De directie heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de vaststellingen zoals opgenomen in het RAD van 8 januari 2026, evenals de verklaringen van klager ter tuchtzitting. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de volgende feiten bewezen achtte: klager stuurde in strijd met het afsprakenkader een rechtstreekse mail naar de professor waarin hij vragen stelde die de loutere leerstof overstegen.
De directie kwalificeerde deze feiten als het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). De klachtencommissie vindt het evident dat klager voor het gebruik van de laptop die hem in het kader van zijn opleidingsactiviteit ter beschikking werd gesteld, gebonden is aan een afsprakenkader. De klachtencommissie meent daarom dat dit afsprakenkader tussen klager en de KULeuven onlosmakelijk verbonden is met het volgen van de opleiding en er daarom inherent deel van uitmaakt. Handelingen die klager in strijd met dit afsprakenkader stelt, kunnen daarom volgens de klachtencommissie niet als ‘opleiding gerelateerde activiteiten’ beschouwd worden. Het feit dat klager in strijd met het afsprakenkader rechtstreeks een mail richtte aan een professor, kan dan ook niet gezien worden als een handeling die rechtstreeks verband houdt met de opleiding. Het is om die reden dat klager zich volgens de klachtencommissie schuldig maakte aan een inbreuk op het huishoudelijk reglement. Dat deze mail naar inhoud de leerstof oversteeg, versterkt de conclusie dat klager zijn handeling geen rechtstreeks verband hield met de opleiding. De klachtencommissie acht de kwalificatie van de feiten als het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet) dan ook correct en afdoende gemotiveerd.
Klager krijgt 15 dagen geen toegang tot een laptop. Volgens de klachtencommissie is het verband met de aard van de tuchtrechtelijke inbreuk (het in strijd met het huishoudelijk reglement versturen van een mail) duidelijk en is er aldus sprake van een spiegelende sanctie waarbij de maximumduur wordt gerespecteerd. De sanctie is dan ook wettelijk. De directie bepaalde dat de sanctie pas ingaat ná de examenperiode, te weten vanaf 31 januari 2025. De klachtencommissie acht de sanctie daarom redelijk. De klacht is ongegrond.
De klachtencommissie herinnert eraan dat samenloop van een tuchtrechtelijke inbreuk en een misdrijf de tuchtprocedure en de mogelijkheid van tuchtrechtelijke bestraffing niet in de weg staan (artikel 125 Basiswet). Naar analogie meent de klachtencommissie dat een sanctie opgelegd door de faculteit evenmin de tuchtprocedure en de mogelijkheid van tuchtrechtelijke bestraffing in de weg staat. De klachtencommissie wijst erop dat het vonnis van de rechtbank klager enkel garandeert dat hij een opleiding mag volgen. Het vonnis sluit niet uit dat het gebruik van de laptop die hem in het kader hiervan ter beschikking wordt gesteld, gebonden is aan een afsprakenkader. Het vonnis geeft klager met andere woorden geen vrijgeleide om de laptop die hij voor zijn opleiding ter beschikking krijgt, voor eender welk ander doeleind te gebruiken of misbruiken en sluit dus niet uit dat hij in het geval van oneigenlijk gebruik tuchtrechtelijk gesanctioneerd kan worden.
De directie heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de vaststellingen zoals opgenomen in het RAD van 8 januari 2026, evenals de verklaringen van klager ter tuchtzitting. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de volgende feiten bewezen achtte: klager stuurde in strijd met het afsprakenkader een rechtstreekse mail naar de professor waarin hij vragen stelde die de loutere leerstof overstegen.
De directie kwalificeerde deze feiten als het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). De klachtencommissie vindt het evident dat klager voor het gebruik van de laptop die hem in het kader van zijn opleidingsactiviteit ter beschikking werd gesteld, gebonden is aan een afsprakenkader. De klachtencommissie meent daarom dat dit afsprakenkader tussen klager en de KULeuven onlosmakelijk verbonden is met het volgen van de opleiding en er daarom inherent deel van uitmaakt. Handelingen die klager in strijd met dit afsprakenkader stelt, kunnen daarom volgens de klachtencommissie niet als ‘opleiding gerelateerde activiteiten’ beschouwd worden. Het feit dat klager in strijd met het afsprakenkader rechtstreeks een mail richtte aan een professor, kan dan ook niet gezien worden als een handeling die rechtstreeks verband houdt met de opleiding. Het is om die reden dat klager zich volgens de klachtencommissie schuldig maakte aan een inbreuk op het huishoudelijk reglement. Dat deze mail naar inhoud de leerstof oversteeg, versterkt de conclusie dat klager zijn handeling geen rechtstreeks verband hield met de opleiding. De klachtencommissie acht de kwalificatie van de feiten als het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet) dan ook correct en afdoende gemotiveerd.
Klager krijgt 15 dagen geen toegang tot een laptop. Volgens de klachtencommissie is het verband met de aard van de tuchtrechtelijke inbreuk (het in strijd met het huishoudelijk reglement versturen van een mail) duidelijk en is er aldus sprake van een spiegelende sanctie waarbij de maximumduur wordt gerespecteerd. De sanctie is dan ook wettelijk. De directie bepaalde dat de sanctie pas ingaat ná de examenperiode, te weten vanaf 31 januari 2025. De klachtencommissie acht de sanctie daarom redelijk. De klacht is ongegrond.