Ga verder naar de inhoud

KC16/25-0379

Non fondée Fondée Compensation KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Autre décision directeur Mesure provisoire
CELCONTROLE - UITVOERING - PERSONEEL - VOORLOPIGE MAATREGEL - MOTIVERING

Klager voert aan dat de celcontrole niet correct uitgevoerd werd doordat de beambten, ondanks dat hij meteen aangaf de telefoon te zullen afgeven, alsnog op hem sprongen en hem met 4 à 5 personen wurgden. In haar verweer stelt de directie enkel dat ze de klacht voor dit aspect onontvankelijk acht. Doordat de directie zich niet ten gronde verweert, is het voor de klachtencommissie onduidelijk of zij voorafgaand aan de klacht op de hoogte was van de (vermeende) feiten en of zij hier al dan niet verder onderzoek naar heeft gevoerd. De directie ontkent in ieder geval niet dat de celcontrole heeft plaatsgevonden en zwijgt over de aantijgingen van klager. Hierdoor ziet de klachtencommissie geen redenen om te twijfelen aan de verklaringen van klager, die in zijn klacht en ter zitting van de klachtencommissie duidelijk beschrijft wat er volgens hem is misgelopen tijdens de celcontrole. De klachtencommissie begrijpt dat een grondige celcontrole noodzakelijk is om de orde en veiligheid in de gevangenis te handhaven, maar meent dat de geschetste wijze van uitvoering in strijd is met het voorschrift om de waardigheid van de gedetineerde te eerbiedigen. De klachtencommissie besluit dan ook dat klager het aannemelijk maakt dat de uitvoering van de bestreden celcontrole strijdig was met CB nr. 141. Om deze reden is de klacht gegrond. Aangezien de gevolgen van de vernietigde beslissing niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden (artikel 158, §4, tweede lid Basiswet), kent de klachtencommissie de volgende tegemoetkoming toe aan klager: 30 belminuten tegen het nationaal tarief voor gesprekken naar een vast toestel.

Klager dient klacht in tegen de voorlopige maatregel van 10 december 2025. De directeur besliste om klager verplicht te laten verblijven in de hem toegewezen verblijfsruimte en hem uit te sluiten van alle activiteiten op basis van de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid (artikel 145, §1, eerste lid Basiswet). De klachtencommissie meent dat uit de motivering van de voorlopige maatregel, waarin gesteld wordt dat klager gedurende lange tijd de vleugel in rep en roer heeft gezet, voldoende blijkt waarom de interne veiligheid werd aangetast. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel van verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte en de uitsluiting van alle activiteiten in het voorliggend dossier wettig, redelijk en billijk was. De klacht is ongegrond.
Un dossier d'appel a été ouvert avec la référence BC/26-0161