Ga verder naar de inhoud

KC16/25-0352

Non fondée Irrecevable KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Disciplinaire Pas de décision du directeur
BEVOEGDHEID - TUCHT

De eerste klacht gaat over beweerdelijk feitelijk handelen van een personeelslid dat niet in verbinding kan worden gebracht met een beslissing van de directeur. Uit zijn klacht blijkt ook niet dat klager de directie hierover heeft aangesproken en dat de directie heeft nagelaten om dit voorval te onderzoeken, waardoor er ook geen sprake is van een verzuim van de directie. De klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.

De tweede klacht gaat over de tuchtbeslissing waarbij klager tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens “de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”, en “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”. Wat betreft de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee stelt de klachtencommissie vast dat het RAD voldoende duidelijk is. De opsteller van het RAD beschrijft gedetailleerd de feiten. De klachtencommissie is van oordeel dat klager noch tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting, noch in zijn klacht overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. De bedreiging van klager dat als hij die dag niet zou mogen douchen, hij niet kon garanderen om kalm te blijven, kan gekwalificeerd worden als een inbreuk van de eerste categorie. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.

Wat betreft het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties stelt de klachtencommissie vast dat, hoewel klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting spreekt over twee celcontroles, uit het dossier blijkt dat er slechts één celcontrole werd uitgevoerd door meerdere beambten. Het RAD werd duidelijk opgesteld en ondertekend door drie getuigen van het personeel. Uit het RAD blijkt duidelijk dat twee maal plastic folie met een wit poeder, ingerold in een stukje wc-papier, werd gevonden in de cel van klager. De klachtencommissie stelt vast dat klager op een monocel verblijft. Een gedetineerde is verantwoordelijk voor de zaken die zich op zijn cel bevinden. Aangezien klager zich niet op een meerpersoonscel bevond en de verboden substantie in de cel van klager werd gevonden tijdens een celcontrole uitgevoerd door verschillende beambten, hecht de klachtencommissie geen geloofwaardigheid aan de stelling van klager dat deze substanties niet van hem zouden zijn of hij hier geen weet van zou hebben. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten.