Ga verder naar de inhoud

KC16/25-0348

Fondée KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Fouille à corps
NAAKTFOUILLERING - TEGEMOETKOMING

Klager dient klacht in tegen twee naaktfouilleringen.

Wat betreft de eerste fouille is de klachtencommissie van mening dat deze motivering onvoldoende is voor een ingrijpende maatregel als de fouillering op het lichaam. Het feit dat klager ‘in het verleden (29/07/2025)’ betrapt werd op het bezit van een verboden voorwerp, is absoluut onvoldoende om te voldoen aan de motiveringsplicht. Het gaat immers om feiten die dateren van drie maanden voor de betwiste naaktfouillering, hetgeen geenszins meer gezien kan worden als een actuele individuele aanwijzing. De klachtencommissie stelt vast dat artikel 108 van de Basiswet geschonden is. Anders beslissen zou impliceren dat een gedetineerde gedurende drie maanden na een tuchtinbreuk, na elk bezoek, zonder dat er sprake is van concrete elementen, onderworpen mag worden aan een naaktfouillering, hetgeen strijdig is met het verbod op systematische naaktfouilles.

Om deze redenen is de klacht gegrond. De beslissing tot fouillering van het lichaam wordt vernietigd. Aangezien de onwettige naaktfouillering intussen al werd ondergaan, zijn de voorwaarden tot toekenning van een compensatie vervuld. De klachtencommissie kent een tegemoetkoming toe van 1 extra videocall aan klager.


De klachtencommissie is van mening dat ook bij de tweede naaktfouillering de motivering onvoldoende is voor een ingrijpende maatregel als de fouillering op het lichaam. Het feit dat klager ‘in het recente verleden’ verscheidene keren betrapt zou zijn geweest op het bezit van verboden substanties, naalden en technologische middelen en op de dag van de naaktfouillering bezoek had, is onvoldoende om te voldoen aan de motiveringsplicht. Nergens in de motivering van de naaktfouillering blijkt om welke rapporten of tuchtbeslissingen het zou gaan. Er is bijgevolg niet voldaan aan de vereiste dat er concrete en actuele individuele aanwijzingen moeten zijn om te vermoeden dat klager in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. De klachtencommissie is van oordeel dat het enkele feit dat klager in het verleden betrapt werd, en hij bezoek had ontvangen, geen fouillering op het lichaam rechtvaardigt. Anders beslissen zou impliceren dat een gedetineerde gedurende maanden na een tuchtinbreuk, na elk bezoek, zonder dat er sprake is van concrete elementen, onderworpen mag worden aan een naaktfouillering, hetgeen strijdig is met het verbod op systematische naaktfouilles. De klachtencommissie stelt vast dat artikel 108 van de Basiswet geschonden is. Om deze redenen is de klacht gegrond. De beslissing tot fouillering van het lichaam wordt vernietigd.

Aangezien de onwettige naaktfouillering intussen al werd ondergaan, zijn de voorwaarden tot toekenning van een compensatie vervuld. De klachtencommissie kent een tegemoetkoming toe van 1 extra videocall aan klager.