KC16/25-0275
Irrecevable
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Autre décision directeur
BEVOEGHEID - ZORGVULDIGHEIDSPLICHT - PRIVELEVEN
Klager heeft een klacht ingediend omdat de griffie van de gevangenis zou hebben nagelaten om hem mee te delen dat zijn moeder was overleden.
De klachtencommissie ontving van het klachtenbureau een dossierstuk. Dit dossierstuk is een kopie van mailverkeer tussen een notarieel medewerker en de griffie van de gevangenis. Op 05.09.2025 verstuurde een notarieel medewerker een e-mail aan de griffie van de gevangenis om te melden dat zij gelast is met de nalatenschap van de moeder van klager. Aan de griffie werd gevraagd of het klopt dat klager in de gevangenis van Leuven Centraal verblijft.
Zowel uit het verweer van de directie als de verklaring van klager blijkt dat de moeder van klager op 08.07.2025 is overleden.
De klachtencommissie kan op basis van de dossierstukken niet vaststellen dat de gevangenis, de griffie of de directie, eerder dan 05.09.2025 op de hoogte was van het overlijden van de moeder van klager. Van zodra de griffie het nieuws had gekregen, werd klager spoedig ingelicht aangezien hij zijn klacht op 09.09.2025 heeft ingediend. De klachtencommissie concludeert dat de griffie of de directie geen verzuim om klager in te lichten over het overlijden van zijn moeder kan worden verweten aangezien zij zelf pas op 05.09.2025 werden ingelicht door een notarieel medewerker. De klacht is daarom niet-ontvankelijk.
Klager heeft een klacht ingediend omdat de griffie van de gevangenis zou hebben nagelaten om hem mee te delen dat zijn moeder was overleden.
De klachtencommissie ontving van het klachtenbureau een dossierstuk. Dit dossierstuk is een kopie van mailverkeer tussen een notarieel medewerker en de griffie van de gevangenis. Op 05.09.2025 verstuurde een notarieel medewerker een e-mail aan de griffie van de gevangenis om te melden dat zij gelast is met de nalatenschap van de moeder van klager. Aan de griffie werd gevraagd of het klopt dat klager in de gevangenis van Leuven Centraal verblijft.
Zowel uit het verweer van de directie als de verklaring van klager blijkt dat de moeder van klager op 08.07.2025 is overleden.
De klachtencommissie kan op basis van de dossierstukken niet vaststellen dat de gevangenis, de griffie of de directie, eerder dan 05.09.2025 op de hoogte was van het overlijden van de moeder van klager. Van zodra de griffie het nieuws had gekregen, werd klager spoedig ingelicht aangezien hij zijn klacht op 09.09.2025 heeft ingediend. De klachtencommissie concludeert dat de griffie of de directie geen verzuim om klager in te lichten over het overlijden van zijn moeder kan worden verweten aangezien zij zelf pas op 05.09.2025 werden ingelicht door een notarieel medewerker. De klacht is daarom niet-ontvankelijk.