Ga verder naar de inhoud

KC16/25-0264

Non fondée Irrecevable KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Disciplinaire Mesure d'ordre
TUCHT - TERMIJN - ORDEMAATREGEL

De klacht betreft een tuchtbeslissing en een ordemaatregel van de directie van de gevangenis van Leuven Centraal.

Over de tuchtbeslissing: een klacht moet aan de volgende voorwaarden voldoen: ingediend worden de zevende dag na die waarop de gedetineerde kennis kreeg van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen. De klacht is gedateerd op 28/08/2025. Uit de stukken van de directie blijkt dat de tuchtbeslissing waartegen klager een klacht indient van 20/08/2025 dateert. Klager heeft op diezelfde dag van de klacht kennisgenomen. De klacht werd dus niet ingediend uiterlijk op de zevende dag na die waarop klager kennis kreeg van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen. Aldus is de klacht laattijdig. De klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.

Over de ordemaatregel: een gevangenisdirecteur is vrij om te kiezen op welke sectie of cel hij een gedetineerde plaatst. Deze bevoegdheid wordt niet nader geregeld in de wet, waardoor ook de beslissingen die de directeur in dat kader kan nemen niet aan specifieke voorwaarden dienen te voldoen. Het toewijzen van een cel of de overplaatsing naar een andere cel of sectie is met andere woorden een discretionaire en geen gebonden bevoegdheid van de directeur. Een dergelijke mutatie mag echter geen verdoken tuchtsanctie zijn, aangezien de Basiswet dit niet voorziet als sanctie.

De klachtencommissie stelt vast dat op 28/08/2025 aan klager een ordemaatregel werd opgelegd waardoor hij van het open regime naar het gesloten regime werd overgeplaatst. Deze ordemaatregel werd schriftelijk genomen en uitgebreid gemotiveerd, zoals ook in het verweer van de directie weergegeven.

Uit de motivering van de ordemaatregel blijkt dat klager sinds zijn verblijf in het opendeurregime op 12/01/2025 maar eenmaal het onderwerp was van een tuchtprocedure. De directie motiveerde echter wel uitdrukkelijk dat klager, gelet op de ernst van de tuchtrechtelijke inbreuk, niet in een open regime functioneert. De directie meent dat klager niet aantoont dat hij in staat is om zich naar behoren te gedragen. Zij achten een verder verblijf in het opendeurregime niet aangewezen gelet op de mogelijke gevolgen die er zouden kunnen volgen en als signaal dat dergelijke gedragingen niet getolereerd kunnen worden. De klachtencommissie is van oordeel dat deze motivering duidelijk maakt waarom klager gemuteerd werd naar een gesloten sectie. Er is volgens de klachtencommissie geen sprake van een verdoken tuchtsanctie.

De klachtencommissie besluit dat de ordemaatregel van 28/08/2025 niet onwettig is. De beslissing is om bovengenoemde redenen ook niet onredelijk of onbillijk. Om deze redenen is de klacht ongegrond. De beslissing waarop de klacht betrekking heeft, blijft bestaan.