Ga verder naar de inhoud

KC16/25-0236

Fondée KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Mesure provisoire
VOORLOPIGE MAATREGEL - MOTIVERING

De klachtencommissie stelt vast dat er in de voorlopige maatregel wordt overgegaan tot een relaas van de feiten. Vervolgens zegt de directie dat de voorlopige maatregel wordt opgelegd om ‘de orde en de veiligheid’ binnen de inrichting te vrijwaren. De klachtencommissie wijst erop dat de voorlopige maatregel werd opgelegd in het kader van de interne veiligheid, dewelke door de Basiswet wordt gedefinieerd als een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt en waarin roerende of onroerende goederen geen gevaar lopen van wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding (artikel 2, 9° Basiswet). De zaken die de interne veiligheid zouden aangetast kunnen hebben, werden tijdens de de celcontrole gevonden en in beslag genomen. De fysieke integriteit van personen werd aldus gevrijwaard en de roerende of onroerende goederen liepen ook geen gevaar van wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding. De klachtencommissie meent dat er op het moment van het opleggen van de voorlopige maatregel dan ook geen sprake (meer) was van een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot voorlopige maatregel op onvoldoende gemotiveerde wijze werd genomen waardoor ze niet voldoet aan artikel 145 j° artikel 8 Basiswet en aldus onwettig is. De voorlopige maatregel heeft een bestraffend karakter, hetgeen strijdig is met artikel 145, §2 Basiswet. De klacht is gegrond. De klachtencommissie kent géén tegemoetkoming toe aangezien hetgeen waar klager om vraagt (een verhuis naar een andere sectie of de toekenning van werk) beslissingen zijn die bij uitstek door de directie dienen te worden genomen.