Ga verder naar de inhoud

KC16/25-0208

Non fondée KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Autre décision directeur
ARBEID

De klacht betreft het loon van klager in de gevangenis van Leuven Centraal.

Klager is sedert een jaar deeltijds aan het werk in het werkhuis C4. Hij werd echter – volgens de directie verkeerdelijk – 3 maanden tewerkgesteld onder het stelsel deeltijds werken met een maximaal verdienvermogen van 360,00 euro.

Gezien klager na de invoering van de nieuwe regeling op 01/01/2025 deeltijds werkte, valt hij onder de categorie van nieuwe deeltijdse werknemers. De klachtencommissie meent bijgevolg dat de beslissing om klager conform deeltijdse werk te verlonen conform de regeling was en bijgevolg redelijk en billijk was. Bovendien werden de gepresteerde uren door de directie aan klager uitbetaald. Klager was op de hoogte van het feit dat hij onder het stelsel van deeltijds werken met een maximaal verdienvermogen van 200,00 euro viel.

Het feit dat er twee verschillende stelsel bestaan holt de rechtszekerheid van de gedetineerden niet uit. De directie is in beginsel gehouden de eigen beleidsregels te volgen, in het licht van de rechtszekerheid in verband met een discretionaire bevoegdheid. Het gelijkheidsbeginsel houdt in dat de overheid niet willekeurig de beleidslijn eens wel en dan weer niet kan volgen. De bestuursplicht om de eigen beleidsregel na te leven kan evenwel worden doorbroken indien een in recht en redelijkheid aanvaardbaar motief voorhanden is om een afwijking in het individuele geval te verantwoorden. Dergelijke omstandigheden zijn volgens de klachtencommissie in dit dossier voorhanden. De directie heeft zich vergist (door 3 maanden klager ‘te veel’ te betalen), maar deze vergissing werd rechtgezet en de gepresteerde uren werden ook correct uitbetaald.

De klacht is bijgevolg ongegrond.