KC16/25-0202
Non fondée
Fondée
Compensation
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Autre décision directeur
Disciplinaire
Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - MOTIVERING - UITVOERING - TUCHT - BEWIJS - PUNTENSYSTEEM - TEGEMOETKOMING
Klager dient klacht in tegen een beslissing tot fouillering op het lichaam. De directie motiveerde de fouillering op het lichaam op basis van het gegeven dat klager zich bij de terugkeer van het tafelbezoek onttrok aan de controle van de vingerafdruk en de fouillering aan de kledij. De klachtencommissie meent dat dit gedrag van klager een voldoende geconcretiseerde individuele aanwijzing uitmaakte dat hij in het bezit zou kunnen zijn van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. In de bestreden beslissing werd bovendien gemotiveerd waarom een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan om verstopte voorwerpen te detecteren. De klachtencommissie besluit dat de motivering van de beslissing voldoet aan de vereisten van artikel 108 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is ongegrond.
Klager dient klacht in tegen de uitvoering van de fouillering op het lichaam. De directie vindt de klacht onontvankelijk en verwijst naar een arrest van de Raad van State. De klachtencommissie argumenteert waarom ze de klacht wel ontvankelijk acht, onder verwijzing naar de rechtspraak van de Nederlandstalige beroepscommissie. Hoewel de klachtencommissie de directie op 5 september 2025 uitdrukkelijk verzocht om een reactie op hetgeen klager aanhaalde over het niet ontvangen van een handdoek, bood zij op dit punt geen inhoudelijk verweer. Hetgeen klager aanvoert inzake de uitvoering van de fouillering op het lichaam, in strijd met artikel 108, §3 Basiswet en bijlage 3 van CB nr. 141, is volgens de klachtencommissie dan ook aannemelijk. De klacht is gegrond. Aangezien de gevolgen van de vernietigde beslissing niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden (artikel 158, §4 Basiswet) kent de klachtencommissie de volgende tegemoetkoming toe aan klager: 60 minuten belkrediet.
Klager dient klacht in tegen de tuchtbeslissing. De klachtencommissie vindt het redelijk dat de directie de feiten van het negeren van de instructies om vingerafdrukken te laten afnemen bij het centrum bewezen achtte op basis van het RAD. De directie kwalificeerde deze feiten correct als het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel van de gevangenis (artikel 130, 3° Basiswet) en motiveerde dit op afdoende wijze. De directie heeft zich voor het bewijs van het bezit van de hasj gebaseerd op de vondst ervan ter gelegenheid van een onwettige (zie titel 3.2.) fouillering op het lichaam en de verklaringen die klager hierover ter tuchtzitting aflegde. De directie haalde ter tuchtzitting aan dat de hasj in de broekzak van klager en niet ‘op zijn lichaam’ werd gevonden. De klachtencommissie stelt vast dat het zich ontdoen van de kledij en het ter onderzoek aanbieden van deze kledij aan de beambte integraal deel uitmaakt van de procedure van de fouille op het lichaam zoals beschreven in bijlage 3 van CB nr. 141. De klachtencommissie besluit dan ook dat de tuchtbeslissing niet overeind kan blijven voor wat betreft het deel dat (enkel) gesteund is op de vondst ter gelegenheid van de onwettige fouillering op het lichaam. De inbreuk van het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° Basiswet) en het deel van de motivering dat hierop betrekking heeft dient dan ook geschrapt te worden. Klager pleegde één inbreuk van de eerste en één van de tweede categorie en kreeg 18 dagen ATV. Ten gevolge van de schrapping van de inbreuk van artikel 129, 7° Basiswet dient de sanctie van 18 dagen ATV begrensd te worden tot 15 dagen ATV. Klager vermeldde in zijn klacht ook het gegeven dat hij glasbezoek opgelegd kreeg. De klachtencommissie wijst erop dat dit het gevolg is van de ATV. Uit het verslag van de hoorzitting blijkt geenszins dat klager om een uitzondering omtrent het glasbezoek heeft verzocht. De klachtencommissie kan op dit punt dan ook geen onregelmatigheden vaststellen. De klacht is deels gegrond. De tuchtbeslissing wordt gedeeltelijk vernietigd voor wat betreft de inbreuk van artikel 129, 7° Basiswet en het deel van de motivering dat hierover handelt. De tuchtbeslissing blijft overeind voor wat betreft de inbreuk van artikel 130, 3° Basiswet. De tuchtsanctie wordt begrensd tot 15 dagen ATV. Aangezien de gevolgen van de gedeeltelijk vernietigde beslissing niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden (artikel 158, §4 Basiswet) kent de klachtencommissie de volgende tegemoetkoming toe: 60 minuten belkrediet.
Klager dient klacht in tegen het puntenbriefje. De klacht is gegrond. De bestreden beslissing wordt vernietigd.
Klager dient klacht in tegen een beslissing tot fouillering op het lichaam. De directie motiveerde de fouillering op het lichaam op basis van het gegeven dat klager zich bij de terugkeer van het tafelbezoek onttrok aan de controle van de vingerafdruk en de fouillering aan de kledij. De klachtencommissie meent dat dit gedrag van klager een voldoende geconcretiseerde individuele aanwijzing uitmaakte dat hij in het bezit zou kunnen zijn van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. In de bestreden beslissing werd bovendien gemotiveerd waarom een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan om verstopte voorwerpen te detecteren. De klachtencommissie besluit dat de motivering van de beslissing voldoet aan de vereisten van artikel 108 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is ongegrond.
Klager dient klacht in tegen de uitvoering van de fouillering op het lichaam. De directie vindt de klacht onontvankelijk en verwijst naar een arrest van de Raad van State. De klachtencommissie argumenteert waarom ze de klacht wel ontvankelijk acht, onder verwijzing naar de rechtspraak van de Nederlandstalige beroepscommissie. Hoewel de klachtencommissie de directie op 5 september 2025 uitdrukkelijk verzocht om een reactie op hetgeen klager aanhaalde over het niet ontvangen van een handdoek, bood zij op dit punt geen inhoudelijk verweer. Hetgeen klager aanvoert inzake de uitvoering van de fouillering op het lichaam, in strijd met artikel 108, §3 Basiswet en bijlage 3 van CB nr. 141, is volgens de klachtencommissie dan ook aannemelijk. De klacht is gegrond. Aangezien de gevolgen van de vernietigde beslissing niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden (artikel 158, §4 Basiswet) kent de klachtencommissie de volgende tegemoetkoming toe aan klager: 60 minuten belkrediet.
Klager dient klacht in tegen de tuchtbeslissing. De klachtencommissie vindt het redelijk dat de directie de feiten van het negeren van de instructies om vingerafdrukken te laten afnemen bij het centrum bewezen achtte op basis van het RAD. De directie kwalificeerde deze feiten correct als het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel van de gevangenis (artikel 130, 3° Basiswet) en motiveerde dit op afdoende wijze. De directie heeft zich voor het bewijs van het bezit van de hasj gebaseerd op de vondst ervan ter gelegenheid van een onwettige (zie titel 3.2.) fouillering op het lichaam en de verklaringen die klager hierover ter tuchtzitting aflegde. De directie haalde ter tuchtzitting aan dat de hasj in de broekzak van klager en niet ‘op zijn lichaam’ werd gevonden. De klachtencommissie stelt vast dat het zich ontdoen van de kledij en het ter onderzoek aanbieden van deze kledij aan de beambte integraal deel uitmaakt van de procedure van de fouille op het lichaam zoals beschreven in bijlage 3 van CB nr. 141. De klachtencommissie besluit dan ook dat de tuchtbeslissing niet overeind kan blijven voor wat betreft het deel dat (enkel) gesteund is op de vondst ter gelegenheid van de onwettige fouillering op het lichaam. De inbreuk van het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° Basiswet) en het deel van de motivering dat hierop betrekking heeft dient dan ook geschrapt te worden. Klager pleegde één inbreuk van de eerste en één van de tweede categorie en kreeg 18 dagen ATV. Ten gevolge van de schrapping van de inbreuk van artikel 129, 7° Basiswet dient de sanctie van 18 dagen ATV begrensd te worden tot 15 dagen ATV. Klager vermeldde in zijn klacht ook het gegeven dat hij glasbezoek opgelegd kreeg. De klachtencommissie wijst erop dat dit het gevolg is van de ATV. Uit het verslag van de hoorzitting blijkt geenszins dat klager om een uitzondering omtrent het glasbezoek heeft verzocht. De klachtencommissie kan op dit punt dan ook geen onregelmatigheden vaststellen. De klacht is deels gegrond. De tuchtbeslissing wordt gedeeltelijk vernietigd voor wat betreft de inbreuk van artikel 129, 7° Basiswet en het deel van de motivering dat hierover handelt. De tuchtbeslissing blijft overeind voor wat betreft de inbreuk van artikel 130, 3° Basiswet. De tuchtsanctie wordt begrensd tot 15 dagen ATV. Aangezien de gevolgen van de gedeeltelijk vernietigde beslissing niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden (artikel 158, §4 Basiswet) kent de klachtencommissie de volgende tegemoetkoming toe: 60 minuten belkrediet.
Klager dient klacht in tegen het puntenbriefje. De klacht is gegrond. De bestreden beslissing wordt vernietigd.