KC16/25-0189
Fondée
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - MOTIVERING
De directie nam een beslissing tot fouillering op het lichaam. De motivering van de beslissing bevat onvoldoende concrete, individuele elementen die aantonen waarom er een vermoeden bestond dat klager na zijn uitgaansvergunning in het bezit zou zijn van verboden voorwerpen of substanties. De directie verwijst naar een ‘recente’ controle van de verblijfsruimte van klager. Uit navraag blijkt dat deze celcontrole op 3 juni 2025 (de dag voorafgaand aan de fouillering op het lichaam) werd uitgevoerd. Na lezing van het RAD van deze celcontrole wijst de klachtencommissie op het volgende.
- In het RAD staat te lezen dat het contant geld werd aangetroffen in de kleerkast van een celgenoot van klager. De klachtencommissie vindt dit element dan ook niet pertinent in een beslissing die ten aanzien van klager werd genomen.
- Uit het gegeven dat het om ‘opgespaarde’ medicatie gaat op naam van klager, leidt de klachtencommissie af dat deze binnen de inrichting werd verkregen. Ook dit element doet met andere woorden niet ter zake als het gaat om het mogelijke meenemen van voorwerpen of verboden middelen van buiten de inrichting.
- Hoewel de directie in de beslissing tot fouillering op het lichaam spreekt over “een plastic zakje met een witte substantie”, hetgeen aan verboden substanties doet denken, betrof het volgens het RAD van 3 juni 2025 “een zakje met een onbekende witte zalfachtige substantie”. Dit zakje werd aangetroffen op tafel in een meerpersoonscel, waardoor de klachtencommissie meent dat het bezit ervan niet zonder meer aan klager kan worden toegeschreven. Bovendien is het onduidelijk wat er precies werd aangetroffen, zodat het niet zeker is dat het om een verboden substantie ging. Evenzeer kan het om een doorgegeven ‘gewone’ zalf handelen.
De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de beslissing tot fouillering onvoldoende werd gemotiveerd door incidenten uit het verleden die op een mogelijk gevaar wijzen dat klager zou trachten verboden voorwerpen in de gevangenis binnen te brengen. De incidenten waarnaar verwezen worden zijn immers niet zomaar aan klager toe te schrijven.
Daarnaast is het niet duidelijk wanneer tot de fouillering op het lichaam werd beslist. Er werd geen datum en tijdstip van beslissing genoteerd, enkel een datum en tijdstip van uitvoering en betekening van de beslissing. De klachtencommissie vindt dit opmerkelijk, aangezien bijlage 2 van CB nr. 141 hier wel de plaats voor voorziet. De zin die normalerwijze luidt “Ik, ondergetekende, directeur, (…) heb op (datum, uur) bevolen over te gaan tot de fouillering op het lichaam van (gedetineerde)” werd in het voorliggend dossier ingekort tot “Ik heb daarom de opdracht gegeven tot een fouillering op het lichaam van (klager)”. Bovendien werd de beslissing in naam van één directielid opgesteld, maar “i.o.” ondertekend door een ander directielid.
Volgens de klachtencommissie voldoet de beslissing tot fouillering op het lichaam niet aan artikel 108 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De beslissing wordt vernietigd.
De directie nam een beslissing tot fouillering op het lichaam. De motivering van de beslissing bevat onvoldoende concrete, individuele elementen die aantonen waarom er een vermoeden bestond dat klager na zijn uitgaansvergunning in het bezit zou zijn van verboden voorwerpen of substanties. De directie verwijst naar een ‘recente’ controle van de verblijfsruimte van klager. Uit navraag blijkt dat deze celcontrole op 3 juni 2025 (de dag voorafgaand aan de fouillering op het lichaam) werd uitgevoerd. Na lezing van het RAD van deze celcontrole wijst de klachtencommissie op het volgende.
- In het RAD staat te lezen dat het contant geld werd aangetroffen in de kleerkast van een celgenoot van klager. De klachtencommissie vindt dit element dan ook niet pertinent in een beslissing die ten aanzien van klager werd genomen.
- Uit het gegeven dat het om ‘opgespaarde’ medicatie gaat op naam van klager, leidt de klachtencommissie af dat deze binnen de inrichting werd verkregen. Ook dit element doet met andere woorden niet ter zake als het gaat om het mogelijke meenemen van voorwerpen of verboden middelen van buiten de inrichting.
- Hoewel de directie in de beslissing tot fouillering op het lichaam spreekt over “een plastic zakje met een witte substantie”, hetgeen aan verboden substanties doet denken, betrof het volgens het RAD van 3 juni 2025 “een zakje met een onbekende witte zalfachtige substantie”. Dit zakje werd aangetroffen op tafel in een meerpersoonscel, waardoor de klachtencommissie meent dat het bezit ervan niet zonder meer aan klager kan worden toegeschreven. Bovendien is het onduidelijk wat er precies werd aangetroffen, zodat het niet zeker is dat het om een verboden substantie ging. Evenzeer kan het om een doorgegeven ‘gewone’ zalf handelen.
De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de beslissing tot fouillering onvoldoende werd gemotiveerd door incidenten uit het verleden die op een mogelijk gevaar wijzen dat klager zou trachten verboden voorwerpen in de gevangenis binnen te brengen. De incidenten waarnaar verwezen worden zijn immers niet zomaar aan klager toe te schrijven.
Daarnaast is het niet duidelijk wanneer tot de fouillering op het lichaam werd beslist. Er werd geen datum en tijdstip van beslissing genoteerd, enkel een datum en tijdstip van uitvoering en betekening van de beslissing. De klachtencommissie vindt dit opmerkelijk, aangezien bijlage 2 van CB nr. 141 hier wel de plaats voor voorziet. De zin die normalerwijze luidt “Ik, ondergetekende, directeur, (…) heb op (datum, uur) bevolen over te gaan tot de fouillering op het lichaam van (gedetineerde)” werd in het voorliggend dossier ingekort tot “Ik heb daarom de opdracht gegeven tot een fouillering op het lichaam van (klager)”. Bovendien werd de beslissing in naam van één directielid opgesteld, maar “i.o.” ondertekend door een ander directielid.
Volgens de klachtencommissie voldoet de beslissing tot fouillering op het lichaam niet aan artikel 108 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De beslissing wordt vernietigd.