KC16/25-0170
Fondée
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Autre décision directeur
SCHADE - BEWIJS - INDIVIDUEEL DETENTIEPLAN
De klacht is gericht tegen de beslissing tot invordering van een schadevergoeding omwille van een beschadigde televisie op de cel van klager en het gebrek aan een individueel detentieplan.
- m.b.t. de schadevergoeding wegens een kapotte televisie:
Dat het televisietoestel, dat eigendom is van de gevangenis, kapot was, wordt niet betwist door klager en blijkt ook afdoende uit de observatienota. Klager verklaart echter dat hij deze schade niet heeft veroorzaakt maar dat het toestel al een barst zou gehad hebben die tijdens het afstoffen van de televisie erger zou zijn geworden. De klachtencommissie meent dat een normaal en zorgvuldig persoon geen druk zou uitoefenen op het beeldscherm van een televisie, in het bijzonder wanneer dat beeldscherm al een zichtbaar barstje vertoonde. De klachtencommissie acht het bijgevolg meer waarschijnlijk dat de schade aan de tv veroorzaakt werd door een nalatige tussenkomst van klager. Enkel de residuele waarde van de beschadigde tv kon worden teruggevorderd, maar de begroting van de schadevergoeding werd door de directie niet gestaafd door middel van stukken. Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie herleidt de schadevergoeding ex aequo et bono tot 50 euro. Dit betekent dat de reeds gedeeltelijk betaalde schadevergoeding die de 50 euro overschrijdt, terugbetaald moet worden aan klager.
- m.b.t. het gebrek aan een individueel detentieplan:
De directie is wettelijk verplicht om de opmaak van een detentieplan op te starten en te finaliseren indien een gedetineerde hierom vraagt. Hoewel de Basiswet bepaalt dat het detentieplan wordt opgesteld rekening houdende met de mogelijkheden van de gedetineerde en van de penitentiaire administratie, is het ook onredelijk en onbillijk dat de directie nog niet is gestart met het detentieplan van klager terwijl DG EPI al in 2021 een communicatie heeft rondgestuurd, samen met een informatiedocument van tien pagina’s inclusief sjablonen voor het onderzoek naar de persoon en de levenssituatie en de vorm van het detentieplan én men aan klager doodleuk verklaart dat een wettelijke bepaling niet wordt nageleefd. Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie draagt de directeur op om de noodzakelijke initiatieven te nemen zodat gestart kan worden met de opmaak van een individueel detentieplan van klager, binnen een termijn van drie maanden na de betekening van deze uitspraak.
De klacht is gericht tegen de beslissing tot invordering van een schadevergoeding omwille van een beschadigde televisie op de cel van klager en het gebrek aan een individueel detentieplan.
- m.b.t. de schadevergoeding wegens een kapotte televisie:
Dat het televisietoestel, dat eigendom is van de gevangenis, kapot was, wordt niet betwist door klager en blijkt ook afdoende uit de observatienota. Klager verklaart echter dat hij deze schade niet heeft veroorzaakt maar dat het toestel al een barst zou gehad hebben die tijdens het afstoffen van de televisie erger zou zijn geworden. De klachtencommissie meent dat een normaal en zorgvuldig persoon geen druk zou uitoefenen op het beeldscherm van een televisie, in het bijzonder wanneer dat beeldscherm al een zichtbaar barstje vertoonde. De klachtencommissie acht het bijgevolg meer waarschijnlijk dat de schade aan de tv veroorzaakt werd door een nalatige tussenkomst van klager. Enkel de residuele waarde van de beschadigde tv kon worden teruggevorderd, maar de begroting van de schadevergoeding werd door de directie niet gestaafd door middel van stukken. Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie herleidt de schadevergoeding ex aequo et bono tot 50 euro. Dit betekent dat de reeds gedeeltelijk betaalde schadevergoeding die de 50 euro overschrijdt, terugbetaald moet worden aan klager.
- m.b.t. het gebrek aan een individueel detentieplan:
De directie is wettelijk verplicht om de opmaak van een detentieplan op te starten en te finaliseren indien een gedetineerde hierom vraagt. Hoewel de Basiswet bepaalt dat het detentieplan wordt opgesteld rekening houdende met de mogelijkheden van de gedetineerde en van de penitentiaire administratie, is het ook onredelijk en onbillijk dat de directie nog niet is gestart met het detentieplan van klager terwijl DG EPI al in 2021 een communicatie heeft rondgestuurd, samen met een informatiedocument van tien pagina’s inclusief sjablonen voor het onderzoek naar de persoon en de levenssituatie en de vorm van het detentieplan én men aan klager doodleuk verklaart dat een wettelijke bepaling niet wordt nageleefd. Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie draagt de directeur op om de noodzakelijke initiatieven te nemen zodat gestart kan worden met de opmaak van een individueel detentieplan van klager, binnen een termijn van drie maanden na de betekening van deze uitspraak.
Un dossier d'appel a été ouvert avec la référence BC/25-0265