KC16/25-0023
Fondée
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Mesure d'ordre
ORDEMAATREGEL - ARBEID
Klager is niet akkoord dat hij tewerkgesteld werd onder het stelsel van deeltijdse tewerkstelling met een limiet van 200,00 euro.
De Basiswet regelt de procedure voor een tewerkstelling niet zodat de directie hierin een discretionaire bevoegdheid heeft. De directie heeft met ingang van 01/01/2023 een regeling ingevoerd waarbij nieuwe werknemers slechts deeltijds tewerkgesteld worden met de bedoeling om meer gedetineerden werk te kunnen aanbieden. De werknemers die al tewerkgesteld waren voor de invoering van deze regeling, blijven hun voltijdse tewerkstelling behouden.
Hoewel klager van zijn oorspronkelijke functie naar werkhuis C3 is overgeplaatst, heeft hij daar onmiddellijk zijn voltijdse tewerkstelling hervat. Deze mutatie kan dan ook niet als een onderbreking worden beschouwd. Gezien klager reeds vóór de invoering van de nieuwe regeling op 01/01/2023 voltijds werkte en zijn tewerkstelling sindsdien niet onderbroken is, valt hij niet onder de categorie van nieuwe deeltijdse werknemers. De klachtencommissie meent bijgevolg dat de beslissing om klager conform deeltijds werk te verlonen niet conform de regeling was en bijgevolg onredelijk en onbillijk was. De klacht is gegrond.
De klachtencommissie draagt de directeur op om binnen de maand na de betekening van de beslissing van de klachtencommissie een nieuwe beslissing te nemen inzake de tewerkstelling van klager, met inachtneming van deze uitspraak.
Klager is niet akkoord dat hij tewerkgesteld werd onder het stelsel van deeltijdse tewerkstelling met een limiet van 200,00 euro.
De Basiswet regelt de procedure voor een tewerkstelling niet zodat de directie hierin een discretionaire bevoegdheid heeft. De directie heeft met ingang van 01/01/2023 een regeling ingevoerd waarbij nieuwe werknemers slechts deeltijds tewerkgesteld worden met de bedoeling om meer gedetineerden werk te kunnen aanbieden. De werknemers die al tewerkgesteld waren voor de invoering van deze regeling, blijven hun voltijdse tewerkstelling behouden.
Hoewel klager van zijn oorspronkelijke functie naar werkhuis C3 is overgeplaatst, heeft hij daar onmiddellijk zijn voltijdse tewerkstelling hervat. Deze mutatie kan dan ook niet als een onderbreking worden beschouwd. Gezien klager reeds vóór de invoering van de nieuwe regeling op 01/01/2023 voltijds werkte en zijn tewerkstelling sindsdien niet onderbroken is, valt hij niet onder de categorie van nieuwe deeltijdse werknemers. De klachtencommissie meent bijgevolg dat de beslissing om klager conform deeltijds werk te verlonen niet conform de regeling was en bijgevolg onredelijk en onbillijk was. De klacht is gegrond.
De klachtencommissie draagt de directeur op om binnen de maand na de betekening van de beslissing van de klachtencommissie een nieuwe beslissing te nemen inzake de tewerkstelling van klager, met inachtneming van deze uitspraak.