KC16/25-0006
Fondée
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Autre décision directeur
BEZOEK - ONGESTOORD BEZOEK - KLACHTENPROCEDURE
De klacht is gericht tegen de beslissing van de directie van de gevangenis van Leuven Centraal om de uitspraak van de klachtencommissie van 19.11.2024 (KC16/24-0172) niet uit te voeren.
Op 19.11.2024 besliste de voltallige klachtencommissie om de beslissing van de directie van 05.07.2024, waarbij de directie het ongestoord bezoek tussen klager en zijn partner opnieuw weigerde, te vernietigen (KC16/24-0172). De klachtencommissie besliste daarenboven om haar uitspraak in de plaats van de beslissing van de directie te laten treden en liet het ongestoord bezoek tussen klager en zijn partner wel toe. Thans geeft de directie in haar verweer mee dat zij heeft beslist om in afwachting van een nieuwonderzoek door de PSD, zoals gevraagd door de beroepscommissie bij tussenbeslissing van 19.12.2024 (BC/24-0420), de beslissing van de klachtencommissie niet uit te voeren. Zij deelde deze beslissing op 24.12.2024 mee aan klager. De klacht werd tijdig ingediend. De klacht is ontvankelijk.
De beslissing van de klachtencommissie in dossier KC16/24-0172 van 19.11.2024 werd op 22.11.2024 betekend aan de directie. De directie diende op 29.11.2024 bij de beroepscommissie een beroepsschrift in tegen deze beslissing, met inbegrip van een verzoek tot schorsing. Op 19.12.2024 besliste de voorzitter van de beroepscommissie om de beslissing van de klachtencommissie in afwachting van een beoordeling ten gronde, niet te schorsen. Ingevolge artikel 158, §5 van de Basiswet is de beslissing van de klachtencommissie bijgevolg uitvoerbaar waardoor de directeur op grond van artikel 158, §4 van de Basiswet gehouden is om het ongestoord bezoek tussen klager en zijn partner toe te laten. De directie lijkt eerst het nieuwe onderzoek door de PSD te willen afwachten alvorens zij een weloverwogen nieuwe beslissing neemt. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie door deze houding niet alleen de Basiswet schendt en rechterlijke beslissingen naast zich neerlegt, hetgeen niet geduld kan worden in een rechtsstaat, maar ook dat deze houding onredelijk en onbillijk is.
De klachtencommissie meent hieruit te besluiten dat de beroepscommissie er ook geen graten inziet dat klager in afwachting van een beslissing ten gronde minstens één ongestoord bezoek kan hebben, hetgeen overigens voorwerp kan uitmaken van een evaluatie. Om deze redenen is de klacht kennelijk gegrond.
De klacht is gericht tegen de beslissing van de directie van de gevangenis van Leuven Centraal om de uitspraak van de klachtencommissie van 19.11.2024 (KC16/24-0172) niet uit te voeren.
Op 19.11.2024 besliste de voltallige klachtencommissie om de beslissing van de directie van 05.07.2024, waarbij de directie het ongestoord bezoek tussen klager en zijn partner opnieuw weigerde, te vernietigen (KC16/24-0172). De klachtencommissie besliste daarenboven om haar uitspraak in de plaats van de beslissing van de directie te laten treden en liet het ongestoord bezoek tussen klager en zijn partner wel toe. Thans geeft de directie in haar verweer mee dat zij heeft beslist om in afwachting van een nieuwonderzoek door de PSD, zoals gevraagd door de beroepscommissie bij tussenbeslissing van 19.12.2024 (BC/24-0420), de beslissing van de klachtencommissie niet uit te voeren. Zij deelde deze beslissing op 24.12.2024 mee aan klager. De klacht werd tijdig ingediend. De klacht is ontvankelijk.
De beslissing van de klachtencommissie in dossier KC16/24-0172 van 19.11.2024 werd op 22.11.2024 betekend aan de directie. De directie diende op 29.11.2024 bij de beroepscommissie een beroepsschrift in tegen deze beslissing, met inbegrip van een verzoek tot schorsing. Op 19.12.2024 besliste de voorzitter van de beroepscommissie om de beslissing van de klachtencommissie in afwachting van een beoordeling ten gronde, niet te schorsen. Ingevolge artikel 158, §5 van de Basiswet is de beslissing van de klachtencommissie bijgevolg uitvoerbaar waardoor de directeur op grond van artikel 158, §4 van de Basiswet gehouden is om het ongestoord bezoek tussen klager en zijn partner toe te laten. De directie lijkt eerst het nieuwe onderzoek door de PSD te willen afwachten alvorens zij een weloverwogen nieuwe beslissing neemt. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie door deze houding niet alleen de Basiswet schendt en rechterlijke beslissingen naast zich neerlegt, hetgeen niet geduld kan worden in een rechtsstaat, maar ook dat deze houding onredelijk en onbillijk is.
De klachtencommissie meent hieruit te besluiten dat de beroepscommissie er ook geen graten inziet dat klager in afwachting van een beslissing ten gronde minstens één ongestoord bezoek kan hebben, hetgeen overigens voorwerp kan uitmaken van een evaluatie. Om deze redenen is de klacht kennelijk gegrond.