KC16/24-0191
Fondée
Irrecevable
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Autre décision directeur
Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - PERSONEEL - ZORGPLICHT
De klachten gaan over de PSD in de gevangenis van Leuven Centraal en het openzetten van de winketten tijdens hitte.
Wat betreft de klacht over de PSD:
De klachtencommissie is enkel bevoegd om klachten van gedetineerden te behandelen die gericht zijn tegen beslissingen die werden genomen door of namens de directie of het verzuim van of namens de directie om een beslissing te nemen. De PSD is niet onderworpen aan het hiërarchisch gezag van de gevangenisdirecteur.
De klachtencommissie is daarenboven enkel bevoegd om klachten te beoordelen die gericht zijn tegen beslissingen die werden genomen op basis van de Basiswet en de daaruit voortvloeiende regelgeving, d.w.z. over de interne rechtspositie van gedetineerden. De regeling inzake de reclassering van klager is daarentegen te vinden in de Wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf. Deze klacht valt bijgevolg buiten de bevoegdheid van de klachtencommissie waardoor de klacht onontvankelijk is. De klachtencommissie kan de klacht niet inhoudelijk beoordelen.
Wat betreft de weigering om het winket van de cel van klager open te zetten tijden de hitte:
Klager heeft een klacht ingediend omdat zijn vraag om zijn winket van zijn celdeur open te zetten tijdens het warme weer in de zomer, werd geweigerd. Op een bepaald moment was het 34 graden in de cel van klager. De klachtencommissie stelt vast dat de directie deze verklaring van klager niet betwist. Zij stelt in haar verweer louter dat er een raam is in de cel van klager waardoor luchtcirculatie wel degelijk mogelijk is. Bovendien weerlegt de directie dat klager geen ventilator zou kunnen aankopen.
Overeenkomstig artikel 105, §2 van de Basiswet draagt het inrichtingshoofd de verantwoordelijkheid voor de handhaving van de orde en de veiligheid.
De klachtencommissie besluit hieruit dat het de verantwoordelijkheid van het inrichtingshoofd is om voorzorgsmaatregelen tijdens de hitte te nemen.
Uit een gelijkaardig dossier, weet de klachtencommissie dat er geen hittebeleid bestaat in de gevangenis van Leuven Centraal, zoals dat wel bestaat in de gevangenis van Merksplas. De klachtencommissie meent dat een raam dat enkel op kiepstand kan staan, onvoldoende voor tocht en frisse lucht kan zorgen. De klachtencommissie besluit hieruit dat de directie geen maatregelen tegen de hitte heeft genomen hoewel zij hiertoe gehouden was op basis van haar zorgplicht uit artikel 5 van de Basiswet. Omwille van het verzuim van de directie, dat bovendien in strijd is met een in de gevangenis geldend wettelijk voorschrift, is de klacht ontvankelijk en gegrond.
De klachten gaan over de PSD in de gevangenis van Leuven Centraal en het openzetten van de winketten tijdens hitte.
Wat betreft de klacht over de PSD:
De klachtencommissie is enkel bevoegd om klachten van gedetineerden te behandelen die gericht zijn tegen beslissingen die werden genomen door of namens de directie of het verzuim van of namens de directie om een beslissing te nemen. De PSD is niet onderworpen aan het hiërarchisch gezag van de gevangenisdirecteur.
De klachtencommissie is daarenboven enkel bevoegd om klachten te beoordelen die gericht zijn tegen beslissingen die werden genomen op basis van de Basiswet en de daaruit voortvloeiende regelgeving, d.w.z. over de interne rechtspositie van gedetineerden. De regeling inzake de reclassering van klager is daarentegen te vinden in de Wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf. Deze klacht valt bijgevolg buiten de bevoegdheid van de klachtencommissie waardoor de klacht onontvankelijk is. De klachtencommissie kan de klacht niet inhoudelijk beoordelen.
Wat betreft de weigering om het winket van de cel van klager open te zetten tijden de hitte:
Klager heeft een klacht ingediend omdat zijn vraag om zijn winket van zijn celdeur open te zetten tijdens het warme weer in de zomer, werd geweigerd. Op een bepaald moment was het 34 graden in de cel van klager. De klachtencommissie stelt vast dat de directie deze verklaring van klager niet betwist. Zij stelt in haar verweer louter dat er een raam is in de cel van klager waardoor luchtcirculatie wel degelijk mogelijk is. Bovendien weerlegt de directie dat klager geen ventilator zou kunnen aankopen.
Overeenkomstig artikel 105, §2 van de Basiswet draagt het inrichtingshoofd de verantwoordelijkheid voor de handhaving van de orde en de veiligheid.
De klachtencommissie besluit hieruit dat het de verantwoordelijkheid van het inrichtingshoofd is om voorzorgsmaatregelen tijdens de hitte te nemen.
Uit een gelijkaardig dossier, weet de klachtencommissie dat er geen hittebeleid bestaat in de gevangenis van Leuven Centraal, zoals dat wel bestaat in de gevangenis van Merksplas. De klachtencommissie meent dat een raam dat enkel op kiepstand kan staan, onvoldoende voor tocht en frisse lucht kan zorgen. De klachtencommissie besluit hieruit dat de directie geen maatregelen tegen de hitte heeft genomen hoewel zij hiertoe gehouden was op basis van haar zorgplicht uit artikel 5 van de Basiswet. Omwille van het verzuim van de directie, dat bovendien in strijd is met een in de gevangenis geldend wettelijk voorschrift, is de klacht ontvankelijk en gegrond.