KC16/24-0075
Fondée
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Autre décision directeur
BEZOEK - ONGESTOORD BEZOEK - MOTIVERING
De klacht is gericht tegen de beslissing van 15.03.2024 van de directie van de gevangenis van Leuven-Centraal om het ongestoord bezoek tussen klager en zijn partner voorlopig niet toe te laten.
Klager wil ongestoord bezoek met zijn partner waarmee hij reeds een relatie had voor detentie en waarmee hij een dochter heeft. Bezoekers van categorie 1 worden in principe toegelaten tot het ongestoord bezoek nadat zij hun hoedanigheid hebben laten blijken. De directeur kan het ongestoord bezoek toch tijdelijk weigeren op basis van een aantal redenen. Uit de schriftelijke weigering blijkt dat de directie meent dat de persoonlijkheid van klager een contraindicatie vormt voor de goedkeuring van het ongestoord bezoek. Er wordt verwezen naar een veroordeling van 20.09.2023 voor slagen en verwondingen met arbeidsongeschiktheid tot gevolg waarbij zijn bezoekster het slachtoffer was en een overtreding van een huisverbod. Bovendien zou mevrouw slechts sporadisch op bezoek komen.
De klachtencommissie heeft kennis genomen van het vonnis van de correctionele rechtbank van Antwerpen van 20.09.2023 waaruit de veroordeling van klager tot achttien maanden gevangenisstraf voor opzettelijke slagen ten aanzien van zijn partner blijkt. Uit de bezoekhistoriek blijkt echter dat klager reeds ongestoord bezoek van zijn partner heeft gehad in de gevangenis van Leuven-Centraal, namelijk op 08.01.2024 (klager verbleef sinds 07.12.2023 in de gevangenis van Leuven-Centraal). De klachtencommissie stelt vast dat hierover niets staat vermeld in de bestreden beslissing. Collectieve Brief nr. 107 van 16 juni 2011 bepaalt dat de door een directie gegeven bezoektoelating geldig is in alle gevangenissen waar de gedetineerde nadien tijdens eenzelfde detentie verblijft, tenzij de directie beschikt over nieuwe individuele aanwijzingen waaruit blijkt dat het bezoek de handhaving van de orde of de veiligheid in gevaar kan brengen.
De klachtencommissie stelt vast dat de bestreden beslissing niet verwijst naar dergelijke aanwijzingen om de toelating voor het ongestoord bezoek in te trekken.
De klachtencommissie besluit dat de beslissing om het ongestoord bezoek tijdelijk te weigeren onwettig was. Om deze redenen is de klacht kennelijk gegrond.
De klacht is gericht tegen de beslissing van 15.03.2024 van de directie van de gevangenis van Leuven-Centraal om het ongestoord bezoek tussen klager en zijn partner voorlopig niet toe te laten.
Klager wil ongestoord bezoek met zijn partner waarmee hij reeds een relatie had voor detentie en waarmee hij een dochter heeft. Bezoekers van categorie 1 worden in principe toegelaten tot het ongestoord bezoek nadat zij hun hoedanigheid hebben laten blijken. De directeur kan het ongestoord bezoek toch tijdelijk weigeren op basis van een aantal redenen. Uit de schriftelijke weigering blijkt dat de directie meent dat de persoonlijkheid van klager een contraindicatie vormt voor de goedkeuring van het ongestoord bezoek. Er wordt verwezen naar een veroordeling van 20.09.2023 voor slagen en verwondingen met arbeidsongeschiktheid tot gevolg waarbij zijn bezoekster het slachtoffer was en een overtreding van een huisverbod. Bovendien zou mevrouw slechts sporadisch op bezoek komen.
De klachtencommissie heeft kennis genomen van het vonnis van de correctionele rechtbank van Antwerpen van 20.09.2023 waaruit de veroordeling van klager tot achttien maanden gevangenisstraf voor opzettelijke slagen ten aanzien van zijn partner blijkt. Uit de bezoekhistoriek blijkt echter dat klager reeds ongestoord bezoek van zijn partner heeft gehad in de gevangenis van Leuven-Centraal, namelijk op 08.01.2024 (klager verbleef sinds 07.12.2023 in de gevangenis van Leuven-Centraal). De klachtencommissie stelt vast dat hierover niets staat vermeld in de bestreden beslissing. Collectieve Brief nr. 107 van 16 juni 2011 bepaalt dat de door een directie gegeven bezoektoelating geldig is in alle gevangenissen waar de gedetineerde nadien tijdens eenzelfde detentie verblijft, tenzij de directie beschikt over nieuwe individuele aanwijzingen waaruit blijkt dat het bezoek de handhaving van de orde of de veiligheid in gevaar kan brengen.
De klachtencommissie stelt vast dat de bestreden beslissing niet verwijst naar dergelijke aanwijzingen om de toelating voor het ongestoord bezoek in te trekken.
De klachtencommissie besluit dat de beslissing om het ongestoord bezoek tijdelijk te weigeren onwettig was. Om deze redenen is de klacht kennelijk gegrond.