Ga verder naar de inhoud

KC16/24-0053

Non fondée KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT

De klacht is gericht tegen de beslissing van 23.02.2024, opgelegd door de directie van de gevangenis van Leuven Centraal.

De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Klager werd op 23.02.2024 tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het zich zonder toelating bevinden in een ruimte buiten de toegestane tijdsperiode of in een ruimte die men niet gerechtigd is te betreden, een tuchtinbreuk van tweede categorie, naar aanleiding van feiten die werden meegedeeld in het rapport aan de directeur (RAD) van 19.02.2024.

Op 19.02.2024 werd een RAD opgesteld omdat klager werd aangetroffen in de fitness terwijl hij niet op de lijst stond van deelnemers. De directie nam op 20.02.2024 kennis van het RAD en besliste om een tuchtprocedure op te starten. Klager werd op 23.02.2024 gehoord door de directie. De klachtencommissie stelt aan de hand van
het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat klager erkende dat hij in de fitness aanwezig was terwijl hij daar niet mocht zijn. Hij wou een medegedetineerde in de fitness begroeten. Gelet op zijn bekentenis, is de klachtencommissie van oordeel dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.

De directeur legde een bijzondere tuchtsanctie op in de vorm van een verbod van deelname aan de fitness gedurende zeven dagen. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie vijftien dagen. Bovendien is er een verband tussen de feiten en de opgelegde sanctie zodat de bijzondere tuchtsanctie een spiegelende sanctie is.

De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was. Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond.