KC16/24-0038
Non fondée
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - HUISHOUDELIJK REGLEMENT
De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing van 09.02.2024 opgelegd door de directie van de gevangenis van Leuven-Centraal.
Samengevat is klager niet akkoord dat er wordt geïnsinueerd dat hij drugs heeft doorgegeven. De klachtencommissie stelt echter vast dat klager in de tuchtbeslissing werd gesanctioneerd wegens het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen en niet wegens het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. Dit werd ook bevestigd in het verweer van de directie. Bijgevolg is de vrees van klager onterecht.
De klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat klager verklaarde tabak te hebben geruild met de medegedetineerde. Gelet op zijn bekentenis, is de klachtencommissie van oordeel dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van achttien dagen ATV. De tuchtsanctie is niet onredelijk of onbillijk gelet op de tuchtrechtelijke voorgaanden van klager. Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond.
De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing van 09.02.2024 opgelegd door de directie van de gevangenis van Leuven-Centraal.
Samengevat is klager niet akkoord dat er wordt geïnsinueerd dat hij drugs heeft doorgegeven. De klachtencommissie stelt echter vast dat klager in de tuchtbeslissing werd gesanctioneerd wegens het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen en niet wegens het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. Dit werd ook bevestigd in het verweer van de directie. Bijgevolg is de vrees van klager onterecht.
De klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat klager verklaarde tabak te hebben geruild met de medegedetineerde. Gelet op zijn bekentenis, is de klachtencommissie van oordeel dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van achttien dagen ATV. De tuchtsanctie is niet onredelijk of onbillijk gelet op de tuchtrechtelijke voorgaanden van klager. Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond.