KC16/24-0033
Non fondée
Fondée
Compensation
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Disciplinaire
Fouille à corps
CELCONTROLE - FOUILLE OP HET LICHAAM - VERBODEN SUBSTANTIES - VOORLOPIGE MAATREGEL - STRAFCEL - TEGEMOETKOMING - TUCHT - HUISHOUDELIJK REGLEMENT - VERBODEN VOORWERPEN - CAMERABEELDEN
De klacht is gericht tegen de twee naaktfouilles van 07.02.2024, de voorlopige maatregel van 07.02.2024 en de tuchtbeslissing van 09.02.2024.
Wat betreft de eerste naaktfouille op 07.02.2024:
De klachtencommissie heeft kennis genomen van het tuchtdossier. Daaruit blijkt dat op 07.02.2024 in de namiddag (om 14u20) een celcontrole werd uitgevoerd in de cel van klager. Volgens de rapporten aan de directeur, lag klager in bed toen het personeel binnen kwam. Toen hem werd gevraagd om op te staan, werd klager nerveus. Er werd een fouille aan de kledij uitgevoerd. Wanneer men zijn broek wou controleren, begon klager tegen te stribbelen en naar zijn broek te grijpen.
De beambte die de controle uitvoerde, voelde achteraan in de broek een voorwerp dat verdacht veel aanvoelde als een gsm. Toen aan klager werd gevraagd om hetgeen af te geven dat in zijn broek zat, duwde hij de beambte en probeerde hij zijn cel uit te vluchten. In de deuropening van zijn cel stond een tweede beambte die hij ook duwde. Tijdens het trekken en duwen, zou er iets hards op de grond zijn gevallen. Eens klager door het alarmteam was afgezonderd in de speelzaal, was het voorwerp al verdwenen. Ingevolge dit incident, heeft de directie om 14u22 bevolen om over te gaan tot een fouillering op het lichaam van klager. De klacht is voldoende duidelijk uiteengezet. De klacht is tijdig ingediend voor de bevoegde klachtencommissie. De klacht is ontvankelijk.
De bestreden beslissing werd gemotiveerd als volgt: “Naar aanleiding van een incident waarbij betrokkene agressie naar personeel gebruikte om een vermoedelijk verboden voorwerp weg te sluizen, werd een fouille op het lichaam bevolen. De handelingen die betrokkene stelde, worden aanzien als verdacht en het voorwerp werd gevoeld door het personeel tijdens een kledijfouille.“ De fouille zou zijn uitgevoerd om 14u25. De beslissing werd diezelfde dag in de avond aan klager betekend.
De klachtencommissie is van oordeel dat de motivering van de bestreden beslissing concrete elementen bevat waarom de directeur het vermoeden had dat klager in het bezit was van verbodenvoorwerpen of substanties. De klachtencommissie meent dat deze individuele aanwijzingen ook blijken uit de twee rapporten die werden opgemaakt. Bovendien is ook voldaan aan de voorwaarde van subsidiariteit aangezien de naaktfouille werd voorafgegaan door een onderzoek aan de kledij,
dat aanleiding gaf tot het verdacht gedrag van klager. De klachtencommissie besluit dat deze beslissing tot het opleggen van een fouillering op het lichaam
voldeed aan de voorwaarden uit de Basiswet. Deze klacht is kennelijk ongegrond.
Wat betreft de voorlopige maatregel van 07.02.2024:
Ingevolge de gerapporteerde agressieve reactie van klager tegenover twee beambten naar aanleiding van het onderzoek aan de kledij, legde de directeur een voorlopige maatregel op. De klacht is voldoende duidelijk uiteengezet. De klacht is tijdig ingediend voor de bevoegde klachtencommissie. De klacht is ontvankelijk.
De directie heeft een voorlopige maatregel opgelegd omdat zij van oordeel was dat de interne veiligheid ernstig en opzettelijk was aangetast. Klager werd om 14u30 overgebracht naar de beveiligde cel en werd uitgesloten van deelname aan alle activiteiten. Uit de motivering van de voorlopige maatregel en de twee rapporten blijkt dat klager de fysieke integriteit van twee beambten had aangetast. Het alarmteam moest klager bovendien afzonderen. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel wettig was. Deze klacht is kennelijk ongegrond.
Wat betreft de tweede naaktfouille op 07.02.2024:
evolge de opgelegde voorlopige maatregel, werd klager naar de beveiligde cel overgebracht. Uit het tuchtdossier blijkt dat de directie om 14u28 een tweede naaktfouille had bevolen die werd uitgevoerd om 14u30. De klacht is voldoende duidelijk uiteengezet. De klacht is tijdig ingediend voor de bevoegde klachtencommissie. De klacht is ontvankelijk.
De bestreden beslissing werd gemotiveerd als volgt: “Tijdens het uitvoeren van een fouille op het lichaam van betrokkene werd duidelijk dat het voorgaande incident agressie personeel betrof. Hierop werd beslist betrokkene op de strafcel te plaatsen. Er werd een fouille op het lichaam uitgevoerd in de strafcel in functie van de veiligheid van het personeel.” De klachtencommissie meent dat de plaatsing op de beveiligde cel de enige reden was om de naaktfouille op te leggen. In de bestreden beslissing wordt verwezen naar de veiligheid van het personeel maar de motivering bevat geen individuele aanwijzingen waarom de directie het vermoeden had dat klager vijf minuten na zijn eerste naaktfouille in het bezit zou zijn van verboden of gevaarlijke voorwerpen of substanties. Volgens de klachtencommissie is niet aangetoond waarom de tweede naaktfouille noodzakelijk was gelet klager vijf minuten eerder al onderworpen was aan een naaktfouille. De klachtencommissie besluit dat de tweede naaktfouille onwettig was. Deze klacht is kennelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de beslissing tot het opleggen van een naaktfouille
voorafgaand aan de plaatsing op de beveiligde cel van 07.02.2024.
Klager vraagt om ongestoord bezoek als tegemoetkoming. Rekening houdende met de opmerkingen van de directie van de gevangenis van Beveren, kent de
klachtencommissie aan klager één extra videobezoek toe als tegemoetkoming.
Wat betreft de tuchtbeslissing van 09.02.2024:
Klager werd vervolgens op 09.02.2024 tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee (tuchtinbreuk van eerste categorie) en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen en het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel (tuchtinbreuken van tweede categorie).
Na de reeds hierboven beschreven rapporten aan de directeur, werd nog een RAD opgemaakt met daarin opgenomen een lijst van voorwerpen die in cel van klager werden gevonden en die niet op zijn inventarislijst stonden of niet toegelaten zijn in de gevangenis. Tot slot werd op 07.02.2024 nog een observatienota opgemaakt door een beambte die ’s avonds een gesprek tussen klager en een medegedetineerde had opgevangen terwijl die allebei in de beveiligde cel verbleven onder voorlopige maatregel. Volgens de beambte hadden de gedetineerden niet door dat ze afgeluisterd werden. De directie nam op 08.02.2024 kennis van de drie rapporten en de observatienota en besliste om een tuchtprocedure op te starten. Klager werd op 09.02.2024, met bijstand van een advocaat, gehoord door de directie. De
klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat er tijdens de zitting camerabeelden werden getoond aan klager. Volgens klager zat er een aansteker in zijn broek en wou hij die overhandigen. Klager ontkent de cheffen te hebben geduwd. Hij wou enkel uit zijn cel geraken om zo in het beeld te komen van de camera’s.
Bijgevolg besluit de klachtencommissie dat de tuchtsanctie wettig was. Bovendien is de tuchtsanctie niet onredelijk of onbillijk gelet op de ernst van de feiten en de tuchtrechtelijke voorgaanden van klager. Deze klacht is kennelijk ongegrond.
De klacht is gericht tegen de twee naaktfouilles van 07.02.2024, de voorlopige maatregel van 07.02.2024 en de tuchtbeslissing van 09.02.2024.
Wat betreft de eerste naaktfouille op 07.02.2024:
De klachtencommissie heeft kennis genomen van het tuchtdossier. Daaruit blijkt dat op 07.02.2024 in de namiddag (om 14u20) een celcontrole werd uitgevoerd in de cel van klager. Volgens de rapporten aan de directeur, lag klager in bed toen het personeel binnen kwam. Toen hem werd gevraagd om op te staan, werd klager nerveus. Er werd een fouille aan de kledij uitgevoerd. Wanneer men zijn broek wou controleren, begon klager tegen te stribbelen en naar zijn broek te grijpen.
De beambte die de controle uitvoerde, voelde achteraan in de broek een voorwerp dat verdacht veel aanvoelde als een gsm. Toen aan klager werd gevraagd om hetgeen af te geven dat in zijn broek zat, duwde hij de beambte en probeerde hij zijn cel uit te vluchten. In de deuropening van zijn cel stond een tweede beambte die hij ook duwde. Tijdens het trekken en duwen, zou er iets hards op de grond zijn gevallen. Eens klager door het alarmteam was afgezonderd in de speelzaal, was het voorwerp al verdwenen. Ingevolge dit incident, heeft de directie om 14u22 bevolen om over te gaan tot een fouillering op het lichaam van klager. De klacht is voldoende duidelijk uiteengezet. De klacht is tijdig ingediend voor de bevoegde klachtencommissie. De klacht is ontvankelijk.
De bestreden beslissing werd gemotiveerd als volgt: “Naar aanleiding van een incident waarbij betrokkene agressie naar personeel gebruikte om een vermoedelijk verboden voorwerp weg te sluizen, werd een fouille op het lichaam bevolen. De handelingen die betrokkene stelde, worden aanzien als verdacht en het voorwerp werd gevoeld door het personeel tijdens een kledijfouille.“ De fouille zou zijn uitgevoerd om 14u25. De beslissing werd diezelfde dag in de avond aan klager betekend.
De klachtencommissie is van oordeel dat de motivering van de bestreden beslissing concrete elementen bevat waarom de directeur het vermoeden had dat klager in het bezit was van verbodenvoorwerpen of substanties. De klachtencommissie meent dat deze individuele aanwijzingen ook blijken uit de twee rapporten die werden opgemaakt. Bovendien is ook voldaan aan de voorwaarde van subsidiariteit aangezien de naaktfouille werd voorafgegaan door een onderzoek aan de kledij,
dat aanleiding gaf tot het verdacht gedrag van klager. De klachtencommissie besluit dat deze beslissing tot het opleggen van een fouillering op het lichaam
voldeed aan de voorwaarden uit de Basiswet. Deze klacht is kennelijk ongegrond.
Wat betreft de voorlopige maatregel van 07.02.2024:
Ingevolge de gerapporteerde agressieve reactie van klager tegenover twee beambten naar aanleiding van het onderzoek aan de kledij, legde de directeur een voorlopige maatregel op. De klacht is voldoende duidelijk uiteengezet. De klacht is tijdig ingediend voor de bevoegde klachtencommissie. De klacht is ontvankelijk.
De directie heeft een voorlopige maatregel opgelegd omdat zij van oordeel was dat de interne veiligheid ernstig en opzettelijk was aangetast. Klager werd om 14u30 overgebracht naar de beveiligde cel en werd uitgesloten van deelname aan alle activiteiten. Uit de motivering van de voorlopige maatregel en de twee rapporten blijkt dat klager de fysieke integriteit van twee beambten had aangetast. Het alarmteam moest klager bovendien afzonderen. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel wettig was. Deze klacht is kennelijk ongegrond.
Wat betreft de tweede naaktfouille op 07.02.2024:
evolge de opgelegde voorlopige maatregel, werd klager naar de beveiligde cel overgebracht. Uit het tuchtdossier blijkt dat de directie om 14u28 een tweede naaktfouille had bevolen die werd uitgevoerd om 14u30. De klacht is voldoende duidelijk uiteengezet. De klacht is tijdig ingediend voor de bevoegde klachtencommissie. De klacht is ontvankelijk.
De bestreden beslissing werd gemotiveerd als volgt: “Tijdens het uitvoeren van een fouille op het lichaam van betrokkene werd duidelijk dat het voorgaande incident agressie personeel betrof. Hierop werd beslist betrokkene op de strafcel te plaatsen. Er werd een fouille op het lichaam uitgevoerd in de strafcel in functie van de veiligheid van het personeel.” De klachtencommissie meent dat de plaatsing op de beveiligde cel de enige reden was om de naaktfouille op te leggen. In de bestreden beslissing wordt verwezen naar de veiligheid van het personeel maar de motivering bevat geen individuele aanwijzingen waarom de directie het vermoeden had dat klager vijf minuten na zijn eerste naaktfouille in het bezit zou zijn van verboden of gevaarlijke voorwerpen of substanties. Volgens de klachtencommissie is niet aangetoond waarom de tweede naaktfouille noodzakelijk was gelet klager vijf minuten eerder al onderworpen was aan een naaktfouille. De klachtencommissie besluit dat de tweede naaktfouille onwettig was. Deze klacht is kennelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de beslissing tot het opleggen van een naaktfouille
voorafgaand aan de plaatsing op de beveiligde cel van 07.02.2024.
Klager vraagt om ongestoord bezoek als tegemoetkoming. Rekening houdende met de opmerkingen van de directie van de gevangenis van Beveren, kent de
klachtencommissie aan klager één extra videobezoek toe als tegemoetkoming.
Wat betreft de tuchtbeslissing van 09.02.2024:
Klager werd vervolgens op 09.02.2024 tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee (tuchtinbreuk van eerste categorie) en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen en het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel (tuchtinbreuken van tweede categorie).
Na de reeds hierboven beschreven rapporten aan de directeur, werd nog een RAD opgemaakt met daarin opgenomen een lijst van voorwerpen die in cel van klager werden gevonden en die niet op zijn inventarislijst stonden of niet toegelaten zijn in de gevangenis. Tot slot werd op 07.02.2024 nog een observatienota opgemaakt door een beambte die ’s avonds een gesprek tussen klager en een medegedetineerde had opgevangen terwijl die allebei in de beveiligde cel verbleven onder voorlopige maatregel. Volgens de beambte hadden de gedetineerden niet door dat ze afgeluisterd werden. De directie nam op 08.02.2024 kennis van de drie rapporten en de observatienota en besliste om een tuchtprocedure op te starten. Klager werd op 09.02.2024, met bijstand van een advocaat, gehoord door de directie. De
klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat er tijdens de zitting camerabeelden werden getoond aan klager. Volgens klager zat er een aansteker in zijn broek en wou hij die overhandigen. Klager ontkent de cheffen te hebben geduwd. Hij wou enkel uit zijn cel geraken om zo in het beeld te komen van de camera’s.
Bijgevolg besluit de klachtencommissie dat de tuchtsanctie wettig was. Bovendien is de tuchtsanctie niet onredelijk of onbillijk gelet op de ernst van de feiten en de tuchtrechtelijke voorgaanden van klager. Deze klacht is kennelijk ongegrond.