Ga verder naar de inhoud

KC16/24-0031

Non fondée KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Fouille à corps
FOUILLE OP HET LICHAAM - VERBODEN SUBSTANTIES - MOTIVERING - CELCONTROLE - WANDELING

De klacht gaat over de naaktfouille van 07.02.2024.

Volgens de schriftelijke beslissing heeft de directeur op 07.02.2024 om 14u40 bevolen om over te gaan tot een naaktfouille bij klager. De beslissing werd gemotiveerd als volgt: “Betrokkene gaf op de afzonderlijke wandeling toe dat hij hasj aan het roken was. De geur was ook duidelijk waargenomen door personeel. Er werd een fouille op het lichaam bevolen om na te gaan of betrokkene nog meer substantie in zijn bezit had.“ De fouille zou zijn uitgevoerd om 15u25. De beslissing werd diezelfde dag in de avond aan klager betekend.

De klachtencommissie is van oordeel dat de motivering van de bestreden beslissing concrete elementen bevat waarom de directeur het vermoeden had dat klager in het bezit was van nog meer of andere verboden substanties. De klachtencommissie meent dat deze individuele aanwijzingen ook blijken uit het RAD dat werd opgemaakt. Uit het tuchtregister van klager blijkt dat op het moment dat hij zijn klacht indiende, een tuchtsanctie van vijftien dagen ATV in uitvoering was (tot en met
16.02.2024) wegens bezit van softdrugs. Dit was de reden waarom klager afzonderlijke wandeling had. De opsteller van het RAD en zijn collega namen een geur waar van een vermoedelijk verboden substantie. De geur was afkomstig van de afzonderlijke wandeling. Klager en een andere gedetineerde hadden op dat moment individuele wandeling. Eens bij de individuele wandeling aangekomen, ziet de opsteller klager roken. Meer nog, klager zou verklaard hebben dat hij hasj aan het roken was. De opsteller bracht de adjudant op de hoogte en er werd besloten tot een naaktfouille en een celcontrole. Zowel de naaktfouille als de celcontrole waren negatief. Klager zei tijdens de naaktfouille “alles is op, je kunt niet vinden wat er niet meer is.” Dat uiteindelijk niets werd gevonden, doet echter niets af aan de rechtmatigheid van de beslissing.De klachtencommissie vermoedt dat men klager nog zijn individuele wandeling heeft laten uitdoen vooraleer men hem onderwierp aan de naaktfouille. Het tijdsverloop tussen het bevel van de directie en de uitvoering van de naaktfouille tast bijgevolg de rechtmatigheid van de naaktfouille niet aan.

De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van een fouillering op het lichaam van 07.02.2024 voldeed aan de voorwaarden uit de Basiswet. De klacht is kennelijk ongegrond.