KC16/24-0028
Non fondée
Irrecevable
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Disciplinaire
Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - TUCHT - HUISHOUDELIJK REGLEMENT - CAMERABEELDEN - PUNTENSYSTEEM
De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing van 09.02.2024 van de directie van de gevangenis van Leuven-Centraal en tegen de punten die zouden zijn opgelegd ten gevolge van deze tuchtbeslissing.
Wat betreft de tuchtbeslissing van 09.02.2024:
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Klager werd op 09.02.2024 tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen, een tuchtinbreuk van tweede categorie, naar aanleiding van feiten die werden meegedeeld in het rapport aan de directeur (RAD) van 07.02.2024. Op 07.02.2024 werd een RAD opgesteld door de adjudant naar aanleiding van het bekijken van camerabeelden nadat er een incident tussen een gedetineerde en het personeel had plaatsgevonden. Op de beelden was te zien hoe klager een voorwerp ontving van een medegedetineerde en het daarna doorgaf aan een andere medegedetineerde. Naderhand had één van de betrokken gedetineerden verklaard dat het om een gsm ging. De directie nam op 08.02.2024
kennis van het RAD en besliste om een tuchtprocedure op te starten. Klager werd op 09.02.2024, met bijstand van een advocaat, gehoord door de directie. De
klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat de directie de camerabeelden heeft laten zien tijdens de zitting. Tijdens de zitting verklaart klager dat hij een afstandsbediening zou hebben doorgegeven en dat hij niet wist dat dit niet toegelaten was volgens het huishoudelijk reglement.
Het RAD in casu is een weergave van de geconsulteerde camerabeelden. Het recht op tegenspraak werd in casu gerespecteerd. Hoewel blijkt uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting dat klager zich bijzonder verdacht gedroeg en ongeloofwaardige verklaringen aflegde, werd klager niet gesanctioneerd voor het bezit van een gsm maar voor het ontvangen en doorgeven van een voorwerp. Aangezien klager tijdens de zitting toegaf dat hij een afstandsbediening had doorgegeven,
is de klachtencommissie van oordeel dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vijftien dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is dit de wettelijk toegestane maximumsanctie.
De tuchtsanctie was bijgevolg wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op het uitgebreid tuchtrechtelijk verleden van klager. Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond.
Wat betreft de punten:
Klager vermeldt in zijn klacht dat hij naast de tuchtsanctie ook vijf punten kreeg opgelegd. Uit het verweer van de directie blijkt dit niet het geval te zijn. De kwalificatie van het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen valt hier dus niet onder. Bij gebreke aan een beslissing van de directeur om punten toe te kennen, is deze klacht kennelijk niet-ontvankelijk.
De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing van 09.02.2024 van de directie van de gevangenis van Leuven-Centraal en tegen de punten die zouden zijn opgelegd ten gevolge van deze tuchtbeslissing.
Wat betreft de tuchtbeslissing van 09.02.2024:
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Klager werd op 09.02.2024 tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen, een tuchtinbreuk van tweede categorie, naar aanleiding van feiten die werden meegedeeld in het rapport aan de directeur (RAD) van 07.02.2024. Op 07.02.2024 werd een RAD opgesteld door de adjudant naar aanleiding van het bekijken van camerabeelden nadat er een incident tussen een gedetineerde en het personeel had plaatsgevonden. Op de beelden was te zien hoe klager een voorwerp ontving van een medegedetineerde en het daarna doorgaf aan een andere medegedetineerde. Naderhand had één van de betrokken gedetineerden verklaard dat het om een gsm ging. De directie nam op 08.02.2024
kennis van het RAD en besliste om een tuchtprocedure op te starten. Klager werd op 09.02.2024, met bijstand van een advocaat, gehoord door de directie. De
klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat de directie de camerabeelden heeft laten zien tijdens de zitting. Tijdens de zitting verklaart klager dat hij een afstandsbediening zou hebben doorgegeven en dat hij niet wist dat dit niet toegelaten was volgens het huishoudelijk reglement.
Het RAD in casu is een weergave van de geconsulteerde camerabeelden. Het recht op tegenspraak werd in casu gerespecteerd. Hoewel blijkt uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting dat klager zich bijzonder verdacht gedroeg en ongeloofwaardige verklaringen aflegde, werd klager niet gesanctioneerd voor het bezit van een gsm maar voor het ontvangen en doorgeven van een voorwerp. Aangezien klager tijdens de zitting toegaf dat hij een afstandsbediening had doorgegeven,
is de klachtencommissie van oordeel dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vijftien dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is dit de wettelijk toegestane maximumsanctie.
De tuchtsanctie was bijgevolg wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op het uitgebreid tuchtrechtelijk verleden van klager. Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond.
Wat betreft de punten:
Klager vermeldt in zijn klacht dat hij naast de tuchtsanctie ook vijf punten kreeg opgelegd. Uit het verweer van de directie blijkt dit niet het geval te zijn. De kwalificatie van het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen valt hier dus niet onder. Bij gebreke aan een beslissing van de directeur om punten toe te kennen, is deze klacht kennelijk niet-ontvankelijk.