KC16/24-0027
Irrecevable
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID
Het niet beantwoorden van een vraag van een gedetineerde gericht aan de directie, kan een verzuim in de zin van artikel 148, tweede lid van de Basiswet uitmaken op voorwaarde dat de vraag van de gedetineerde een vraag tot het nemen van een concrete beslissing inhield die de directie op grond van een wettelijke verplichting of om redenen van redelijkheid en billijkheid had moeten nemen. Uit de klacht blijkt dat klager op 23.01.2024 zou gevraagd hebben aan de directie om een gesprek
met hem in te plannen, onder andere om het te hebben over het verweer van de directie in dossier KC16/24-0009. De klachtencommissie meent dat deze vraag van klager geen vraag aan de directie inhield om een concrete beslissing te nemen. De directie heeft haar verweer ingediend in het kader van de tegensprekelijke klachtenprocedure. Indien klager commentaar had op het verweer van de directie, diende hij zijn opmerkingen hierover over te maken aan de klachtencommissie die hierover uitspraak zou doen. Bij gebreke aan een verzuim van de directie in de zin van artikel 148, tweede lid van de Basiswet, besluit de klachtencommissie dat de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is. De klachtencommissie kan de klacht niet inhoudelijk beoordelen.
Het niet beantwoorden van een vraag van een gedetineerde gericht aan de directie, kan een verzuim in de zin van artikel 148, tweede lid van de Basiswet uitmaken op voorwaarde dat de vraag van de gedetineerde een vraag tot het nemen van een concrete beslissing inhield die de directie op grond van een wettelijke verplichting of om redenen van redelijkheid en billijkheid had moeten nemen. Uit de klacht blijkt dat klager op 23.01.2024 zou gevraagd hebben aan de directie om een gesprek
met hem in te plannen, onder andere om het te hebben over het verweer van de directie in dossier KC16/24-0009. De klachtencommissie meent dat deze vraag van klager geen vraag aan de directie inhield om een concrete beslissing te nemen. De directie heeft haar verweer ingediend in het kader van de tegensprekelijke klachtenprocedure. Indien klager commentaar had op het verweer van de directie, diende hij zijn opmerkingen hierover over te maken aan de klachtencommissie die hierover uitspraak zou doen. Bij gebreke aan een verzuim van de directie in de zin van artikel 148, tweede lid van de Basiswet, besluit de klachtencommissie dat de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is. De klachtencommissie kan de klacht niet inhoudelijk beoordelen.