Ga verder naar de inhoud

KC16/24-0022

Non fondée Irrecevable KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Disciplinaire Pas de décision du directeur
HUISHOUDELIJK REGLEMENT - KANTINE - TUCHT - GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - TEGEMOETKOMING - VOEDING

De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing van 31.01.2024, uitgesproken door de directie van de gevangenis van Leuven-Centraal en gaat over een maand gratis tv die klager ten onrechte niet zou hebben gekregen en het stelen van brood door een beambte.

Wat betreft de tuchtbeslissing van 31.01.2024:
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de wederrechtelijke ontvreemding van goederen, een tuchtinbreuk van eerste categorie, en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen, een tuchtinbreuk van tweede categorie, naar aanleiding van feiten die werden meegedeeld in het RAD van 27.01.2024. Uit het RAD blijkt dat klager na de nieuwjaarsbrunch op 27.01.2024 goederen wou meegeven met zijn bezoek.

Het personeelslid dat de weg te geven goederen van klager in ontvangst nam, controleerde deze en stelde vast dat de inhoud van de zakken niet overeenstemde met het ingevulde formulier. Bovendien had klager twee kleine dozen dubbel ingepakt. Toen de beambte die opende, zaten er verzorgingsproducten van de sociale kantine in en keukenhanddoeken en een dweil van de gevangenis. De directie nam op 28.01.2024 kennis van het RAD en besloot om een tuchtprocedure op te starten.
Klager werd op 31.01.2024 gehoord door de directie nadat hij afstand had gedaan van zijn recht op bijstand van een advocaat. De klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat klager verklaarde dat de keukenhanddoeken een vergissing waren. Hij dacht dat hij zijn eigen handdoeken had meegegeven. De dweil had hij van een andere gedetineerde gekregen. Klager gaf toe dat het formulier niet overeenstemde met de realiteit omdat er geen plaats meer was op het formulier. Klager meent dat de sociale kantine aan hem gegeven is zodat het zijn goederen zijn waardoor hij ermee kan doen wat hij wil.

Op basis van de motivering van de tuchtbeslissing, stelt de klachtencommissie vast dat de keukenhanddoeken en de dweil duidelijk gelabeld waren zodat klager had moeten weten dat hij goederen die toebehoren aan de gevangenis van Leuven centraal vervreemde. De klachtencommissie meent ook te besluiten dat klager deze goederen te kwader trouw wou ontvreemden daar net deze goederen niet waren vermeld op het formulier en dubbel ingepakt waren in een doos. Hetzelfde geldt voor de verzorgingsproducten die klager had ontvangen via de sociale kantine. De klachtencommissie weet intussen dat klager nochtans regelmatig gebruik maakt van de
achterkant van zijn klachtenformulieren om bijkomende informatie mee te geven.

Uit het tuchtdossier blijkt dat klager al een aantal hygiënepakketten heeft ontvangen. De klachtencommissie vindt het frappant en ongeoorloofd dat klager verzorgingsproducten uit deze pakketten weggeeft naar buiten maar terwijl ook klachten indient dat hij zijn scheergerief uit zijn gedeponeerde dozen niet krijgt (KC16/23-0204). De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuken kon bewezen verklaren in hoofde van klager. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was.
Om deze redenen is de klacht ongegrond.

Wat betreft de maand gratis televisie:
Klager heeft het in zijn klacht ook over het feit dat hij geen aanspraak heeft kunnen maken op een volledige maand gratis tv in december 2023. Aangezien de directie hierover niets heeft vermeld in haar verweer en de klachtencommissie niet vertrouwd was met deze praktijk in de gevangenis van Leuven centraal, heeft de klachtencommissie om bijkomende informatie verzocht. In het voorliggend dossier kan volgens de klachtencommissie niet besloten worden tot een verzuim of weigering om een beslissing te nemen in hoofde van de directie, nu uit het schriftelijk dossier (met name een door klager naderhand toegevoegd rapportbriefje) blijkt dat klager zijn klacht indiende op dezelfde dag als dat hij bij de directie aankaartte dat zijn televisie vroegtijdig werd opgehaald. Er werd de directie dan ook geen redelijke termijn gelaten om een beslissing te nemen. De klacht is niet-ontvankelijk.

Wat betreft het brood:
Klager beklaagt zich in zijn klacht dat een beambte iedere dag een brood van de gevangenis zou meenemen naar huis. Klager zou de directie hier al over ingelicht hebben maar de directie antwoordt niet. De klachtencommissie kon hierover niets terugvinden in de rapportbriefjes die klager heeft overgemaakt via de maandcommissaris. Bijgevolg meent de klachtencommissie dat de klacht gericht is tegen louter feitelijk handelen van personeel dat niet in verbinding kan worden gebracht met een beslissing van de directeur. De klacht is niet-ontvankelijk.