Ga verder naar de inhoud

KC16/24-0012

Fondée KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - MEDISCH - SUBSIDIARITEITSBEGINSEL

De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing van 08.01.2024, uitgesproken door de directie van de gevangenis.

Op 06.01.2024 werd een RAD opgemaakt door een beambte. Volgens het RAD was hij om 08u58 gaan vragen aan klager en zijn celgenoot of ze wilden douchen waarop hij van beide een bevestigend antwoord kregen. Om 09u10 was nog geen van beide gedetineerden vertrokken naar
de douche. De beambte vroeg of ze nog gingen, zo niet ging hij naar de volgende cel. De celgenoot van klager zou gezegd hebben dat ze eerst wilden wandelen en daarna pas douchen, wat voor de beambte geen probleem was. De beambte zag dat klager om 09u10 nog in bed lag. De wandeling begon om 09u15. De beambte ging beide gedetineerden lossen voor de wandeling maar beiden wilden niet meer wandelen. Ze gingen nu wel douchen. Om 09u26 was er nog steeds geen beweging en de beambte wou de deur sluiten. Na een discussie waarom ze niet meer mochten gaan douchen, wilden ze nog hun vuilnisbak leeg maken en koffie halen, hetgeen de beambte toeliet. Klager nam van deze gelegenheid gebruik om alsnog te gaan douchen. De beambte sprak klager hierop aan maar hij deed verder.

De directeur nam op 07.01.2024 kennis van het RAD en besliste om een tuchtprocedure op te starten. Klager en zijn advocaat werden op 07.01.2024 uitgenodigd voor de tuchtrechtelijke hoorzitting van 08.01.2024. Uit het verslag van de hoorzitting blijkt dat klager het absurd vond dat de beambte hem niet meer toeliet om te gaan douchen. Klager verklaarde dat hij op het moment dat de wandeling werd gelost, is opgestaan en naar het toilet ging. Dat heeft dertien minuten geduurd omdat klager een stuk van zijn blinde darm mist. Daarna was hij klaar om te gaan douchen en mocht het niet meer. Een grote groep gedetineerden was naar de wandeling waardoor er volgens klager geen probleem was om op
dat moment te gaan douchen. Klager zou ook maar vijf minuten hebben gedoucht. Volgens de directie is klager zonder toelating gaan douchen en heeft hij het bevel van de beambte genegeerd. Klager heeft op een halfuur tijd, drie kansen gehad om te douchen. Voor de vlotte werking was het normaal dat de beambte zei dat de deur toe ging.

Klager werd vervolgens tuchtrechtelijk gesanctioneerd met drie dagen ATV wegens het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel en het zich zonder toelating bevinden in een ruimte buiten de toegestane tijdsperiode of in een ruimte die men niet gerechtigd is te betreden, beiden tuchtinbreuken van de tweede categorie.

Uit de medische documenten van klager blijkt dat op 24.09.2020 een opname in het ziekenhuis werd ingepland voor de chirurgische verwijdering van een tumor in de dikke darm, hetgeen werd uitgevoerd op 28.09.2020. Volgens een attest van de inrichtingsarts van de gevangenis van Leuven centraal heeft klager een hemicolectomie gehad waarbij een deel (1/2?) van de dikke darm werd weggenomen. De klachtencommissie wijst erop dat het inderdaad niet aan klager toekomt om zelf te bepalen wanneer hij gaat douchen aangezien hij verbleef in het gesloten regime, dat klager daarenboven de bevelen van het personeel niet in de wind mag slaan en tenslotte dat getreuzel de vlotte werking van het ochtendprogramma op de gesloten vleugel in het gedrang kan brengen. In de Basiswet wordt echter bepaald dat het beroep op de tuchtprocedure beperkt moet blijven tot situaties waarin de handhaving van de orde en veiligheid van de inrichting dit gebiedend rechtvaardigen en er geen enkel ander middel kan worden gebruikt om dit te verzekeren (subsidiariteitsbeginsel).

De klachtencommissie is er in dit dossier niet van overtuigd dat het handhaven van de orde en veiligheid het voeren van een tuchtprocedure en het opleggen van een tuchtsanctie gebiedend rechtvaardigden en er geen enkel ander middel kon worden gebruikt om dit te verzekeren. Zij wijst
op diverse elementen, zoals de openingsuren van de douches op vleugel A van 08u30 tot 13u30, het gegeven dat verschillende gedetineerden op het moment dat klager was gaan douchen, gaan wandelen waren en de neveneffecten van het weghalen van een stuk dikke darm bij klager.
Daarenboven ziet de klachtencommissie niet in waarom een andere aanpak in dit dossier, zoals het in herinnering brengen van de regels, niet had volstaan om de orde en veiligheid te handhaven. De klachtencommissie wijst er ten slotte op dat de directie niet heeft gemotiveerd waarom een tuchtprocedure en -sanctie absoluut noodzakelijk waren en er geen enkel ander middel mogelijk was om het handhaven van de orde en veiligheid te garanderen. De klachtencommissie is overigens van mening dat de directie het subsidiariteitsbeginsel ook had kunnen toepassen in de straftoemeting en specifiek wat de keuze van sanctie betreft of het voorwaardelijk karakter van de sanctie. Er is volgens de klachtencommissie een schending van het subsidiariteitsbeginsel. Om deze redenen is de klacht gegrond.